
KIVI-jaarcongres: Europa moet versnellen en meer samenwerken
Europa moet zijn innovatievermogen beter benutten. Alle sprekers op het KIVI-jaarcongres, dat woensdag werd gehouden op de TU Eindhoven, waren het daarover eens.
Europa moet zijn innovatievermogen beter benutten, door te versnellen, meer te investeren en betere randvoorwaarden te creëren voor bedrijven. Alleen dan kan het overeind blijven in het huidige globale krachtenveld waarin techniek en geopolitiek steeds meer verweven zijn.
Dat was de boodschap waarmee Jeroen Dijsselbloem, directeur van Brainport Eindhoven en tevens burgemeester van die stad, het jaarcongres aftrapte van ingenieursvereniging KIVI, met als thema: Blueprint for a stronger Europe.
De boodschap werd die dag in verschillende bewoordingen vaak herhaald. Daarmee namen de sprekers – onder wie ook veel ondernemers – hetzelfde standpunt in dat Peter Wennink en eerder ook Mario Draghi uitdroegen in hun rapporten over de concurrentiekracht van respectievelijk Nederland en Europa.
Dag van de Ingenieur
Met het jaarcongres, dit jaar gehouden bij de TU Eindhoven, viert KIVI elk jaar de Dag van de Ingenieur. Het congres wordt altijd gevolgd door de uitreiking van de Prins Friso Ingenieursprijs, dit jaar aan Martijn Otten. Hij werd daarmee Ingenieur van het Jaar 2026. Project March van de TU Delft kreeg fde onderscheiding voor het beste studententeam.
Regio Eindhoven
‘Volgens het rapport van Peter Wennink is 2 tot 3 procent economische groei nodig om onze welvaartsstaat in stand te houden en invloed te houden om ons eigen lot te bepalen’, zei Dijsselbloem. ‘Lukt dat niet, dan worden we een speelbal van buitenlandse krachten.’ Dat innovatie daarbij de motor is, blijkt onder meer uit het feit dat die groei momenteel in Eindhoven 3 procent bedraagt, ongeveer het dubbele van de gemiddelde groei in Nederland. ‘Mensen in de regio zijn echt trots. Op PSV natuurlijk, maar ook op wat we hier doen.’
Het goede nieuws is dat er voldoende kennis en talent beschikbaar is in Nederland en Europa. ‘Het aantal startups is hoog, maar in opschalen zijn de Verenigde Staten en sommige regio’s in Azië beter.’
De Brainport-regio heeft met zevenduizend bedrijven – van net beginnende startups tot grote bedrijven als ASML – goud in handen, stelt Dijsselbloem. De kunst is de kansrijke daarvan hier te houden, want er zijn kapers op de kust. ‘Soms komen Amerikaanse investeerders naar Eindhoven om rond te kijken welke bedrijven ze mee zouden willen nemen. Dan gaan ze eerst even op de koffie bij de burgemeester om hem dat te vertellen.’
Het coalitieakkoord stemt optimistisch, zegt Dijsselbloem: er wordt geïnvesteerd in innovatie, de bezuinigingen op onderwijs zijn teruggedraaid, het groeifonds is vernieuwd. Op papier ziet het er alvast goed uit, nu het geld nog. Belangrijk is vooral dat onderwijsinstellingen, bedrijven en de overheid veel samenwerken, en de verschillende Europese landen ook, met elk hun eigen sterke bedrijven. Dijsselbloem: ‘De nationale bril moet af, het Europees perspectief scherper afgesteld.’

Lightyear
Hoe moeilijk het is een startup tot een bloeiend bedrijf te brengen, kon Lex Hoefsloot het publiek vertellen. Hij was één van de oprichters van het bedrijf Lightyear, dat bouwt aan elektrische voertuigen op zonne-energie. ‘U kent me wellicht sinds 2022’, zei hij. ‘Toen kwam de NOS voor het eerst naar het zuiden, nadat we al zeven jaar aan de auto hadden gewerkt.’
Het verhaal van Hoefsloot was er één van pieken en dalen, inclusief een faillissement en een doorstart – en van bijzonder ambitieuze plannen. ‘Mensen verklaarden ons voor gek’, zegt hij, als hij vertelt over het studententeam waar hij in zat. Dat besloot geen éénpersoons-zonneauto te maken voor de internationale studentenrace, zoals gebruikelijk was, maar een gezinsauto. ‘Alleen een paar professoren zeiden: Ja, moet je doen, maar dan moet je doel zijn om de race te winnen.’ Dat deden ze, en met succes.
‘Mensen verklaarden ons voor gek’, zegt Hoefsloot opnieuw, als hij vertelt over de oprichting van zijn bedrijf, waarbij het doel dat hij zich stelde niet was om auto’s 10 procent efficiënter te maken, maar te streven naar auto’s die maar liefst tien keer minder vaak aan de laadpaal hoefden.
Zijn advies aan beginnende startups is dan ook duidelijk: Heb zelfvertrouwen, heb geduld, denk globaal, maar vooral: leg de lat zo hoog mogelijk. Daarmee creëer je momentum, kom je verder, en vind je makkelijker klanten. ‘En terugschalen, bijvoorbeeld van een hele auto naar componenten voor autofabrikanten, is altijd makkelijker dan opschalen.’

Defensie
Eén van de thema’s waarin versnelling van innovatie broodnodig is, is defensie. Hiervoor is er het Europese innovatieprogramma European Defence Fund, vertelde Victor Hartong, adviseur bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), met een budget van 7,3 miljard euro per jaar.
Eén van de projecten die met dit Europese geld zijn opgezet, is Lodestar, dat militairen voorziet van Augmented Reality - zoals een bril waarop in de vorm van blauwe en rode stippen is te zien waar zich de eigen mensen en vijanden bevinden, of een headset die de soldaat met kunstmatige geluiden begeleidt of waarschuwt. Het systeem bestaat onder meer uit de te dragen apparatuur, en drones die de informatie verzamelen en aanleveren.
Een ander voorbeeld is E-NACSOS, een systeem waarmee schepen de gegevens die binnenkomen via hun detectiesystemen kunnen combineren, om zo betere informatie te krijgen, en vervolgens ook een gezamenlijk strijdplan kunnen maken om eventuele vijandelijke objecten te onderscheppen.
Drones
Een groot deel van de investeringen van het ministerie van Defensie gaat naar de ontwikkeling van vliegende, varende en onderwaterdrones. ‘Dat hebben we allemaal in Oekraïne kunnen zien’, zegt Bas Buchner, voorzitter van Nederland Maritiem Land (NML) en Programmadirecteur Maritiem Onbemenst bij de Koninklijke Marine. ‘We hebben nu al met hybride oorlogsvoering te maken. De toekomst is er één van nog minder mensen aan het front en meer autonome systemen, dus drones op land en op zee.’ Waar de Marine van nu bestaat uit een vloot van koninklijke schepen, kan in de toekomst ‘every ship a war ship’ zijn, zegt Buchner, en hij toont een containerschip dat onzichtbaar is omgetoverd tot oorlogschip.
Voor de komende tien jaar is vooral meer slagkracht nodig. Daarvoor moeten systemen worden geïntegreerd - tot systems of systems. ‘We zullen nog steeds bemenste platformen nodig hebben, maar dan wel met een grote vloot onbemenste boten er omheen die vanaf een marineschip worden aangestuurd’, zegt Bruchner. Voor de vlootopbouw van 2035 wordt daarom volop geïnvesteerd in satellieten, vliegende, varende en onderwaterdrones.

Over verdediging tegen drones iets dichter bij huis spreekt Mark Wiebes, bestuurslid KIVI-afdeling Defensie en veiligheid, namens de nationale politie. In vredes- en crisistijd is dat een wettelijke taak van de politie. Met bijna twintigduizend ongeautoriseerde vluchten boven Nederland per jaar, is het een hele klus om uit te zoeken of daar een kwaadaardige tussen zit. ‘Dat is zoeken naar een speld in een hooiberg, en kost veel menskracht en geld.’ Wiebes pleit daarom voor het instellen van speciale flyzones. ‘Laten we ophouden met speelgoedmatig vliegen met drones en deze verbannen naar plekken waar dat is toegestaan. Als je dan ergens anders iets ziet vliegen, weet je dat je kunt optreden.’ Onorthodox? Welnee. ‘Het is eerder ook gedaan met vrij schieten in het bos. Dat mag nu alleen nog bij een schietvereniging.’
Voor drones die meteen in de oorlog moeten worden gebruikt, is de snelheid waarmee ze worden ontwikkeld de belangrijkste factor, vertelt Bram Alkema van het bedrijf DeltaQuad, dat drones maakt Oekraine. Dat is een kwestie van snel opschalen en continu on the spot innoveren met een adaptieve productielijn. De drone van vandaag is morgen alweer anders. Aan praten over publieke sturing, compliance en innovatiemanagement heb je weinig, als je klant aan het front wordt bedreigd op leven en dood, stelt Alkema. ‘We kunnen veel in Nederland, maar van productie-innovatie hebben we geen kaas gegeten.’ Dat drones in de toekomst een nog grotere rol gaan spelen, staat voor hem als een paal boven water.
Energie
Maarten Staats, strategisch expert bij Enexis Netbeheer, ging in op de uitdagingen van het Europese elektriciteitsnet. Netcongestie is iets anders dan transportschaarste, benadrukte hij. Bij congestie is het net te vol geraakt, vergelijkbaar met een file op de snelweg. Bij transportschaarste wordt ruimte vrijgehouden zodat bestaande aansluiting hun totale capaciteit kunnen gebruiken. ‘Dan mag er als het ware geen nieuwe auto de weg op, zodat de andere auto’s op de snelweg goed kunnen blijven doorrijden.’ Transportschaarste gaat dus over prognoses op de langere termijn.
Staats verzamelde ruim vijftig Europese capaciteitsplattegronden die de transportschaarste laten zien. Deze laten zien dat drukte op het elektriciteitsnet niet alleen een Nederlands probleem is, maar in vrijwel alle Europese landen voorkomt. Om het op te lossen, zegt Staats, kunnen we zo snel mogelijk meer capaciteit aanleggen, maar ook bestaande limieten oprekken, piekgebruik verminderen, gebruik buiten piekuren stimuleren, reserveringen van bestaande contracten verminderen en meer uitval accepteren.
Mobiliteit
Het plan om Europa toekomstbestendig te maken wat mobiliteit betreft, bevat onder meer het doel om autorijden verder te automatiseren. Waar in Amerika en China al zelfrijdende auto’s op de weg zijn te vinden, is Europa nog nauwelijks verder dan de cruise-control, vertelt Gijs Dubbelman van het Automated Driving lab (AUDRI), waar onderzoek naar mobiliteit en kunstmatige intelligentie wordt gedaan. AUDRl valt onder het Eindhoven Artificial Intelligence Systems Institute (EAISI) aan de TU/e. In het lab maakt men systemen die op basis van sensoren zien wat er om de auto heen gebeurt, en AI-algoritmen die op grond daarvan beslissen hoe de auto daarop moet reageren. Dat wordt getest in een digitale omgeving – zoals een digital twin van de campus van de TU/e, en uiteindelijk in het echt.
Een andere Europese uitdaging is duurzamer rijden, vertelt Marc Horsten, manager External Relations bij DAF Trucks. Daarbij is voornamelijk het verduurzamen van het zware transport belangrijk: er rijden meer dan vier miljoen zware vrachtwagens op de Europese wegen. Hoe dit aan te pakken, ligt deels aan waar en hoe het vervoer plaatsvindt – het varieert van rijden op waterstof voor het verkeer dat lange afstanden aflegt tot elektrisch rijden voor vrachtverkeer dat korte afstanden rijdt en veel in de stad is. Zoals vaker leeft bovendien de wens dat de verduurzaming niet ten koste mag gaan van de concurrentiekracht. Om de kans op succes te bepalen, geldt een versimpelde formule, zegt Horsten, die is gelijk aan:
(productaanbod dus geschikte auto’s) x (groene energie & laadinsfrastructuur) x (kostenpariteit)
Horsten: ‘Ook als maar één van die factoren nul is, gaat het dus niet lukken.’
Digitalisering
Over digitalisering hield de Ingenieur van het Jaar 2025 Meike Nauta een hoopgevend betoog. Want Europa mag dan hopeloos achter lopen in de AI-race wat snelheid betreft, maar dat is niet het enige waar het om draait. Ook de richting doet ertoe, zei Nauta, en daar doen Amerika en China het niet bepaald perfect. Zo heeft Meta de taalmodellen expliciet meegegeven dat het best ‘sensuele’ gesprekken mag voeren met kinderen, of argumenten mag verzinnen waarom zwarte mensen dommer zouden zijn dan witte.
Nauta pleit voor ‘AI met voorbedachten rade’, waarbij al bij voorbaat is nagedacht over hoe het model zich dient te gedragen, waarvoor het wordt gebruikt en aan welke normen en waarden het zich moet houden.
Ook moet een AI-algoritme altijd uitlegbaar zijn – dus zelf erbij vertellen hoe het aan de antwoorden komt die het geeft. Hierin kan Europa prima het voortouw nemen, er is talent genoeg.
Ecosysteem
Wat uiteindelijk nodig is om beginnende ideeën tot bloeiende bedrijven te brengen, is een goed functionerend ecosysteem, zei ecosysteemingenieur Nick Hol. Alles draait om samenwerking, tussen opleidingen, bedrijven, politiek en maatschappij. Wat daarvoor nodig is, is dat men elkaars taal spreekt – of op zijn minst begrijpt. Er zou dus meer kruisbestuiving moeten zijn, en meer moeten worden gepraat, tussen de diverse sectoren. Een goed voorbeeld van zo’n ecosysteem is een studententeam, zei Hol. ‘Vooral als daar mbo, hbo en wo-studenten samenwerken. Want ook zij spreken vaak verschillende talen.’
Meer samenwerken – zoals Dijsselbloem in zijn openingsspeech ook al zei - dát is dus waar het voornamelijk om draait.
Beeldmateriaal: KIVI





