Heggenscharen, klustrappetjes: alle gereedschap dat in ons land verkrijgbaar is, is getest en goedgekeurd. Toch gaat het bij klussen vaak mis. Het RIVM onderzocht hoe dat kan. 

Mannen, 65-plussers en mensen die regelmatig in eigen huis aan het klussen zijn brengen zich zelf daarbij relatief vaak in gevaar, blijkt uit onderzoek van het RIVM. De uitkomsten werden eind mei gepubliceerd. 

Boormachines en heggenscharen

Voor het onderzoek naar onveilig gedrag tijdens doe-het-zelfwerkzaamheden in en om het huis, liet het RIVM een representatieve groep van 811 Nederlanders een lijst met vragen invullen. Die gingen over hun ervaringen met onder meer ladders, trapjes, boormachines en elektrische heggenscharen. Het onderzoek richtte zich daarbij niet zozeer op ongevallen, maar vooral ook op de gedragsfactoren die aan (bijna-)ongelukken voorafgaan.

‘Het meten van gedrag is natuurlijk lastig’, zegt Liesbeth Claassen, een van de betrokken onderzoekers van het RIVM. ‘Om een goed beeld te krijgen, vroegen we onder meer naar situaties die de ondervraagden zelf hebben meegemaakt en naar hun klusgewoonten.’

Hypothetische situaties

Ook kregen de klussers hypothetische situaties voorgeschoteld. Een plaatje van een klusser op een trapje bijvoorbeeld, die ziet dat er nét buiten bereik nog een likje verf nodig is. ‘Als jij die klusser was, zou je dan de trap een stukje verzetten of zou je proberen of je er met de kwast misschien toch net bij kunt?’ Dat vragen we dan, zegt Claassen. 

Een van de conclusies is dat ervaren klussers vaker aangeven een onveilige situatie te hebben meegemaakt dan mensen die weinig of nooit klussen. Ook mannen en 65-plussers rapporteren vaker risicovolle situaties. Volgens Claassen kan dat deels samenhangen met een hogere blootstelling: wie vaker klust, loopt simpelweg meer kansen om fouten te maken.

Van de deelnemers gaf 20 procent aan in de afgelopen vijf jaar minstens één onveilige situatie te hebben ervaren. Twee derde van deze groep gaf daarbij aan zichzelf daarvoor verantwoordelijk te houden: het eigen gedrag noemden ze de belangrijkste oorzaak van het gevaar. Eerder onderzoek had uitgewezen dat mensen ongevallen vaak juist toeschrijven aan externe factoren, zoals gebrekkig materiaal, gedrag van anderen of de fysieke omgeving, zoals te weinig ruimte of slechte weersomstandigheden. 

Het RIVM adviseert wel om bij onderzoek naar de veiligheidsrisico’s van consumentenproducten ook de demografische kenmerken en gedragsfactoren op een systematisch manier te onderzoeken.

Veiligheidseisen

Het onderzoek vond plaats op verzoek van de dienst Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Dat vroeg zich af hoe het mogelijk is dat er toch zoveel mensen letsel oplopen bij het klussen, terwijl de apparatuur waarmee ze werken (van cirkelzagen tot klustrapjes) in de regel wel voldoet aan de veiligheidseisen.

Het blijkt dus vooral mis te gaan door onveilig gedrag van de klussers zelf. Dat gedrag hangt samen met twee factoren: sociale normen en ingesleten gewoonten. Klussers blijken vaker risico’s te nemen wanneer zij zien dat anderen dat ook doen of wanneer onveilige werkwijzen routine zijn geworden. Ze letten dan niet altijd goed op, laten eventueel gewenste beschermingsmaatregelen achterwege of gebruiken ongeschikt gereedschap te gebruiken..

Zelfoverschatting

De onderzoekers hebben niet strikt onderzoecht of ook  zelfoverschatting van de klussers een rol speelt. Wel keken ze maar  optimism bias, waarbij klussers denken dat de kans dat zij van een ladder valler kleiner is dan de kans dat een andere klusser dat overkomt. Daarvoor vonden ze echter geen nadere aanwijzingen in de respons op deze vragenlijst. 

Uit eerder onderzoek blijkt dat wel, zegt Claassen. De Pippi Langkous-mentaliteit van ‘ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan’ is op klusgebied een risico, zegt ze. ‘Dan beginnen ze aan klussen die ze helemaal niet aan kunnen.’

Dat komt voor een deel ook door YouTube, dat vol staat met klusvideo’s. Dat heeft zeker positieve kanten, want zulke video’s kunnen heel goed en leerzaam nuttig zijn. ‘Maar er zit geen kwaliteitsbewaking op,’ zegt Claassen. ‘Iedereen kan zo’n video online zetten.’ In veel van die filmpjes lijkt een klus ook veel makkelijker dan die in werkelijkheid is.

Veiligheidsinformatie

De onderzoekers signaleren in het onderzoek ook kansen voor verbetering. Een deel van de verantwoordelijkheid daarvoor leggen ze bij de fabrikanten. Die zouden de veiligheidsinformatie bij hun producten, in de vorm van een handleiding of instructievideo’s, beter moeten afstemmen op de doelgroep, met herkenbare voorbeelden en praktijkgerichte instructies.

Daarnaast zouden de bevindingen van de onderzoekers kunnen helpen bij productontwikkeling en bij het verbeteren van de veiligheidsbeoordelingen van elektrisch gereedschap en klimmaterieel.

Foto: Depositphotos