
De gevolgen van de energietransitie voor de natuur
Duurzame energiebronnen zoals zonnepanelen of aquathermie zijn gunstig voor het klimaat, maar wat is hun invloed op planten en dieren?
Onderzoeksorganisaties Deltares, TNO, Wageningen University & Research en KWR zoeken het uit in het programma Kennis van Ecologie voor de Energietransitie (KEEN).
1) Zijn zonnepanelen slecht voor de natuur?
Dat ligt eraan waar ze zijn geïnstalleerd. Drijvende zonnepanelen houden zonlicht tegen, waardoor de fotosynthese stokt, waterplanten en algen minder goed groeien, en het zuurstofgehalte daalt. Het is dus belangrijk niet te veel van het wateroppervlak met panelen te bedekken. Op land hebben panelen invloed op de verdeling van regenwater in de bodem. Dat hoeft geen bezwaar te zijn, als er maar rekening mee wordt gehouden bij de plaatsing.
2) Hoe zit dat met aquathermie?
Aquathermie bestaat in verschillende vormen. Bij TEO (Thermische Energie uit Oppervlaktewater) worden warmte en koude gewonnen uit rivieren, meren of kanalen, om daarmee vervolgens gebouwen te verwarmen of te koelen. Dat heeft vanzelfsprekend invloed op de temperatuur van het water. In kleine, stilstaande wateren kan dat sterke ecologische effecten veroorzaken, waarbij het natuurlijke watersysteem verstoord raakt. Ook de filtratie van het water (om te voorkomen dat de warmtewisselaar kapot gaat) draagt hieraan bij, zij het in mindere mate. De schade kan worden beperkt door rekening met deze effecten te houden bij de ontwerpkeuze, en door de temperatuur te meten en indien nodig het gebruik van TEO te minimaliseren.
3) Wat is de invloed van ondergrondse energieopslag op het grondwater?
Bij ondergrondse energieopslag wordt de ondergrond als een soort thermoskan gebruikt, die maakt dat warm water niet te veel afkoelt en koud water niet te veel opwarmt. Het water wordt omhooggehaald om gebouwen te koelen of te verwarmen, en dan weer teruggepompt. De invloed van deze temperatuurwisselingen op de grondwaterkwaliteit is verwaarloosbaar, maar het heen- en weergepomp veroorzaakt wel menging van grondwater. Dat is niet altijd wenselijk, vooral niet als het voor drinkwater wordt gebruikt. Ook hier is het devies: houd er rekening mee bij het ontwerp, en blijf de effecten in de gaten houden.
4) Is er ook onderzoek gedaan naar windparken op zee?
Nee. Het programma KEEN is er om lacunes in de kennis op te vullen, en naar windparken op zee is al veel onderzoek gedaan. Zo is bekend dat vogels er last van hebben en er tegenaan kunnen vliegen. Ook produceren windturbines onderwatergeluid dat dieren stoort. Er bestaan al oplossingen om deze problemen (deels) tegen te gaan, zoals zwarte turbinebladen, het tijdig signaleren van vogels gecombineerd met het stilleggen van turbines als die overtrekken, en bellenschermen als geluidswal. Ook weet men dat de funderingen van windturbines soms juist een gunstig effect hebben, omdat ze als kunstmatig rif fungeren.
5) Wat is de meerwaarde van al deze onderzoeksresultaten?
Als duidelijk is dat een bepaalde manier om energie te winnen schadelijk is voor de natuur, kan men besluiten in te grijpen – dus het niet of op kleinere schaal te doen, of met een slimmer ontwerp te komen. Bij gunstige resultaten kan het onderzoek de energietransitie juist versnellen. Vergunningverleners zoals Rijkswaterstaat, provincies en waterschappen moeten nu vaak besluiten nemen terwijl er onzekerheid bestaat over de mogelijke effecten daarvan. Omdat dan het voorzorgsprincipe geldt, waarbij rekening moet worden gehouden met mogelijke nadelen voor de natuur, leidt dat regelmatig tot vertraging of afwijzing van vergunningen. Dat vertraagt de opschaling van duurzame energie.
Openingsbeeld: Deltares







Reacties