
Het nutteloze teveel
Beter mee verlegen dan om verlegen, dat is een waarheid als een koe, maar op technisch gebied kan het wel wat minder, schrijft columnist Marcel Möring.
Mijn eerste typemachine was van het lichtgewicht koffertype, bedoeld voor mensen die veel onderweg waren en op de plaats van bestemming keihard gingen typen. Secretaresses misschien, die hun baas begeleidden op een zakenreis en ’s avonds op hun hotelkamer de notulen van een die dag gehouden vergadering uitwerkten terwijl mijnheer met de zakenpartners dineerde. Ik typte ook keihard, maar vooral omdat mijn aanslag van het rigoureuze soort was. Daardoor danste het machientje zo enthousiast over de werktafel dat ik na een tijdje alleen nog met mijn rechterhand toetsen aansloeg en met de linker de machine tegenhield.
Ik zat nog op de middelbare school en ik was vastbesloten schrijver te worden. De typemachine was een cruciaal instrument bij het behalen van dat doel, want mijn handschrift was erger dan dat van onze huisarts. Ik ben wel eens met een van zijn recepten bij de apotheek gekomen waar de assistente naar de praktijk moest bellen om te vragen wat de hiëroglyfen op het ingeleverde papiertje betekenden.
Als ik tot middernacht had geschreven aan wat mijn verpletterende debuutroman moest worden en daarna met een verkrampte hand en een pijnlijke nek naar bed ging, gebeurde het vaak dat ik de volgende ochtend op een woord als kvrmlwortstkl stuitte. De brieven die ik destijds schreef, liet ik bij wijze van service aan de ontvanger voorafgaan door alle letters van het alfabet, zodat men aan de hand daarvan de tekst kon ontcijferen.
En dan was er de schrijfkramp. Ik begreep middeleeuwse monniken die in de marge van hun manuscripten zinnen schreven als: Goddank, het boek is af, geef me iets te drinken. Of: Drie vingers schrijven, het hele lichaam doet pijn. En erger: Vervloekt, jij pen!
De typemachine genas al dat leed.
Tegenwoordig zit ik achter een enorm scherm en een Mac mini die vele malen de rekenkracht bevat die ten grondslag lag aan de eerste maanlanding, maar als het er op aan komt is het nog steeds een typemachine. Ik kan nu knippen en plakken zonder schaar en prittstift en mijn nieuwe boek met een druk op de knop naar de uitgeverij sturen zonder dat ik eerst naar de kopieerwinkel moet om daarna een dik pak papier bij het postkantoor in te leveren, maar de essentie is typen. Dat brengt mij op de vraag of al die enorme rekenkracht in mijn Mac mini wel nodig is.
Op technisch gebied kan het wel wat minder
Het nutteloze teveel is niet van vandaag. Als iets gebukt gaat onder vermogen dat zelden wordt benut dan is dat de auto. Mijn kilometerteller gaat tot 260. Een snelheid die gelukkig nooit wordt gehaald. Een elektrische wagen haalt de honderd in luttele seconden. Er zijn maar weinig plekken in Nederland waar je daarvan gebruik kunt maken. In het dorp waar ik woon, barst het van de Landrovers die een ton of meer kosten en er uit zien alsof ze net uit de wasstraat komen. Ze verlaten de verharde weg nooit. Volkswagen vatte dat ooit samen in een reclame voor de Touareg. In het filmpje staat een man met zijn Touareg eerst aan de voet van een nogal imposante heuvel en later aan de rand van een diepe plas in een grindafgraving. Hij vertelt dat hij met deze wagen zo, zoemmm, die heuvel op kan, en, zoefff, door die diepe plas water. Zonder moeite. Hij doet het niet en het is duidelijk dat hij dat ook nooit zal doen.
Telefoons, ook zoiets. De mijne heeft een camera met een resolutie van 48 megapixels. Ik ben waarschijnlijk niet de enige die nooit foto’s afdrukt en ze eigenlijk alleen bekijkt op het schermpje van die telefoon. Daarvoor zijn 12 megapixels meer dan genoeg. Desondanks is de camera een van de eigenschappen waarop de telefoonfabrikanten elkaar beconcurreren.
Blijkbaar houden we van te veel.
Beter mee verlegen dan om verlegen, mocht mijn grootmoeder graag zeggen, en dat is een waarheid als een koe als het gaat om voedselvoorraden en de spaarpot. Op technisch gebied kan het wel wat minder. Er zijn aanwijzingen dat die gedachte is doorgedrongen tot de fabrikanten. Apple heeft een laptopje op de markt gebracht dat gebaseerd is op de iPhone. Je kunt er niet veel meer mee dan typen, mailen en browsen (als dat nog zo heet). Het ding is, mede dankzij de prijs, ontzettend succesvol.
Less is more, leerde ik vroeger, toen ik nog aan grafische vormgeving deed. Misschien keert die gedachte terug.
Portret: Harry Cock








Reacties