In mei van dit jaar taxiede voor het eerst in Nederland een vliegtuig op waterstof over een operationeel vliegveld. Nu nog de lucht in, zeggen studenten van AeroDelft.

Tekst: Marlies ter Voorde • Foto’s: AeroDelft

Testvluchten met vliegtuigen op waterstof hebben wel eens plaatsgevonden, zegt operations manager Tycho Gunter van studententeam AeroDelft halverwege het gesprek. Maar voor zover hem bekend zijn die wereldwijd met gemak op één hand te tellen. Het doel van AeroDelft: een eenpersoonsvliegtuig op waterstof ontwikkelen en in de lucht brengen, is dan ook ambitieus. Phoenix Full Scale heet het project.

Half mei bereikte het team een belangrijke mijlpaal. Toen tankte het prototype van het vliegtuig gasvormige waterstof op Rotterdam The Hague Airport en maakte daarmee een taxirit over het vliegveld. Een bizarre ervaring, zegt technisch manager Teun van Heugten, die de bachelor lucht en ruimtevaarttechniek heeft afgerond en volgend jaar aan de mastertrack flight performance and propulsion begint. ‘De verwezenlijking van het vliegtuig’, noemt hij het. ‘We hadden de tank, de motor, het aandrijfsysteem en een CAD-model – een computermodel waarin alles in elkaar is gezet, een soort bouwtekening voor het eindproduct. Maar als het vliegtuig voor je ogen begint te rijden, bestaat het opeens echt.’

Doorlopend project

Waar sommige studententeams elk jaar aan een ander doel werken en geen gebruikmaken van wat het voorgaande team heeft gemaakt, doet AeroDelft precies het omgekeerde. Dit is een al zes jaar doorlopend project, waaraan elk jaar een nieuwe groep mensen werkt. ‘Een leeg vliegtuig en een testopstelling waren er al toen wij dit jaar begonnen. Ons doel was de aandrijflijn door te ontwikkelen en alle systemen in het vliegtuig te integreren’, zegt Gunter. Ook hij zit in het tussenjaar van een bachelor en masterstudie in Delft, hij gaat zich komend jaar op control & simulation binnen de luchtvaart richten.

Het was een race tegen de klok om alles op tijd klaar te hebben voor de taxirit, vertelt Van Heugten. ‘We moesten regelen dat de waterstof, die in de tank onder een druk tot maximaal zevenhonderd bar staat, werd teruggebracht naar een druk van ongeveer twee bar voor het de brandstofcel in zou gaan. En we hadden nog geen elektromotor.’ Toen dat soort zaken voor elkaar waren, hadden de studenten nog anderhalve maand om alles goed in het vliegtuig te krijgen.

De werkplaats in Delft is open van zeven uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds. Om daarvan optimaal gebruik te maken, ging het team in ploegendienst werken. ‘Dat was druk maar ook tof, bijna verslavend zelfs’, zegt Gunter. ‘Er zat ontzettend veel energie in het team. Iedereen zag het einddoel voor zich, dit was de berg die we zouden beklimmen.’ Die berg werd onderweg steeds hoger, zegt Van Heugten, want niet alle hindernissen waren van te voren bekend en om op een operationeel vliegveld te testen moet aan strenge voorwaarden worden voldaan.

Voltijds

Parallel aan het taxi-project werkte een afdeling van AeroDelft aan de techniek voor het gebruik van vloeibare in plaats van gasvormige waterstof, voor in het uiteindelijke vliegtuig. Van Heugten: ‘Maar ook de mensen uit dat sub-team zijn de laatste weken in de werkplaats komen helpen.’

Van de vijftig studenten die AeroDelft telt, werken er ongeveer twintig voltijds aan het project. Zo’n 80 procent komt van faculteiten van de TU Delft, zoals technische natuurkunde, werktuigbouwkunde, elektrotechniek, computerwetenschappen of technische bestuurskunde. Daarnaast zijn er studenten Luchtvaarttechniek van Hogeschool InHolland, en een rechtenstudent uit Leiden. Gunter: ‘Dat is onze in-house rechtsadviseur.’

Ook bedrijven en andere partners spelen een rol, zowel financieel als in de praktijk. ‘Ze leveren onderdelen en ze laten ons gebruikmaken van apparatuur, werkruimten en uiteindelijk zelfs hun operationele vliegveld’, zegt Gunter. ‘Dat doen ze omdat ze er zelf ook wat aan hebben, als er onderdelen worden getest bijvoorbeeld, maar ook omdat ze het leuk vinden. Ons enthousiasme werkt kennelijk aanstekelijk.’

De drijfveer van AeroDelft is de luchtvaart verduurzamen. Waterstof is daarbij onontbeerlijk, is de overtuiging van Gunter en Van Heugten. Dat het technisch kan is al bewezen. ‘Maar de sector kampt met een kip-eiprobleem’, zegt Gunter. ‘Om op waterstof te vliegen, heb je een andere infrastructuur nodig. Dat vergt grote investeringen. Maar die investeringen wil men pas doen als er ook vraag naar is. Zo gaat iedereen naar elkaar zitten kijken.’

Peloton

Van Heugten: ‘Het leuke van een studententeam is dat wij daar niet op hoeven te wachten. Ik zie het als een peloton, waar alle renners naar elkaar zitten te loeren. Wij zijn dan het ploegje dat ontsnapt. Het peloton kan ons vrij makkelijk terughalen door even flink aan te zetten en dan hebben we geen voorsprong meer, maar daar gaat het ons ook niet om. Wij willen dat peloton in versnelling krijgen.’