De zwakste schakel in militaire operaties is zelden een wapen of sensor. Het is energie. Want wat gebeurt er met commandovoering, luchtverdediging en logistiek als de stroom uitvalt of de brandstofaanvoer wordt verstoord?

Buitenlandse missies en expedities leunen traditioneel sterk op brandstoftransporten. Dat model is logistiek zwaar en tactisch kwetsbaar. Volgens berekeningen van het Amerikaanse Engineer Research and Development Center verbruikt een Forward Operating Base (een semipermanent militair steunpunt dicht bij het front) 6,5 tot 9 liter generatorbrandstof per persoon per dag. NAVO-vliegbasis Kandahar Airfield in Afghanistan had in 2016 voor zestig megawatt aan powermodules nodig. Daarnaast creëert elke extra transportbeweging een kans om te worden aangevallen en risico’s voor personeel.

Tegelijkertijd is de energievraag veranderd door moderne systemen. Denk bijvoorbeeld aan de honderd kilowatt High Energy Laser (HEL) van de firma Electro Optic Systems (EOS), die zwermen drones kan uitschakelen en waarop Defensie vanaf 2028 een beroep kan doen. Of aan de Epirus Leonidas, een microgolfkanon tegen drones. Dat soort systemen vragen niet alleen piekvermogen, maar continu vermogen.

Momentum

Kernenergie – met name kleine modulaire reactoren (SMR’s) en microreactoren – verdient daarom een andere framing dan ‘een bron naast zon en wind’. Voor Defensie gaat het primair om baseload-vermogen op locatie, met voorspelbaarheid en autonomie. Het coalitieakkoord biedt daarvoor een opmerkelijke opening. Hierin staat: ‘We versterken het nucleaire cluster in Nederland, versnellen het SMR-programma en ondersteunen maritieme nucleaire innovaties.’ Die laatste zinsnede opent ook de deur naar militaire toepassingen. Denk aan nucleair aangedreven schepen zoals scheepsbouwer AllSeas ontwikkelt, SMR’s voor Defensielocaties en mobiele microreactoren voor operationele inzet bij uitzendingen of calamiteiten.

Toch blijft de focus in het coalitieakkoord liggen op civiele energievoorziening: tenminste vier nieuwe kerncentrales, conventioneel en modulair. De vraag is of Defensie deze versnelling meeneemt in bijvoorbeeld de nieuwe Defensienota, of opnieuw achter de feiten aanloopt – net als in 2024.

Drie aanbevelingen

De Defensienota 2024 ‘Sterk, slim en samen’ besteedt aandacht aan duurzaamheid en materialenbehoefte, maar behandelt energie primair als facilitair vraagstuk. Energiezekerheid – het vermogen om onder alle omstandigheden operationeel te blijven functioneren – komt niet voor als strategische behoefte. Dat is een blinde vlek. Aan de opstellers van komende beleidsnota’s hebben wij derhalve drie concrete aanbevelingen:

Positioneer energiezekerheid als strategische noodzaak.

Niet als onderdeel van klimaatdoelstellingen, maar als operationele randvoorwaarde naast munitie, brandstof en inlichtingen. Formuleer heldere eisen: hoeveel dagen moet een eenheid autonoom kunnen opereren zonder externe aanvoer? Welk piekvermogen is nodig voor toekomstige wapensystemen?

Anticipeer op NAVO-ontwikkelingen.

Het Amerikaanse Project Pele test sinds 2016 mobiele micro-kernreactoren, en zit inmiddels in de realisatie/testfase bij het Idaho National Laboratory. De TRISOHALEU-brandstof is geleverd, assemblage en test staan gepland voor 2026. Het evenens Amerikaanse Project Janus zit in de programma- en locatieselectiefase. De kandidaatlocaties zijn aangewezen, de beoogde eerste base-implementatie is rond 2028.

Als Nederland niet spoedig een beleidskader ontwikkelt voor nucleaire energievoorziening in militaire context, hebben we straks geen stem in NAVO-standaardisatie. Dat raakt de interoperabiliteit (het vermogen van de verschillende systemen of apparaten om effectief samen te werken en te communiceren) en de veiligheid van het eigen personeel.

Koppel SMR-ontwikkeling aan Defensiebeleid.

Het regeerakkoord investeert in het nucleaire cluster. Maak daar een defensiecomponent van: ontwikkel gezamenlijk toetsingskaders, certificering en personele expertise. Dat voorkomt dubbel werk en creëert schaalvoordelen voor zowel civiele als militaire toepassingen

Energie is inzetbaarheid

Als Nederland serieus werk wil maken van weerbaarheid, dan zullen we een expliciete keuze moeten maken. Behandelen we energie als facilitaire ondersteuning of als operationele capaciteit? Als energie ‘facilitair’ is, optimaliseren we op kosten. Als energie een benodigde capaciteit is, ontwerpen we op redundantie en (cyber)weerbaarheid. Dat verschil bepaalt of Defensie-eenheden en kritieke infrastructuur ten tijde van conflictsituaties blijven functioneren of niet.

Defensie kocht in 2020 nog 132 miljoen liter brandstof in. De Uitvoeringsagenda Duurzaamheid Defensie streeft naar 30 procent reductie van fossiele afhankelijkheid in 2030 en 50 procent zelfvoorzienende kampementen. Deze agenda is vanuit een duurzaamheidsperspectief opgesteld, met energielevering als faciliteit, en ook dan is de kloof zonder kernenergie niet te overbruggen.

Het regeerakkoord creëert momentum voor SMR’s, microreactoren en maritieme nucleaire innovaties. Defensie zou dit moeten gebruiken om energiezekerheid als strategische behoefte te positioneren, om te voorkomen dat we over vijf jaar constateren dat bondgenoten ons operationeel voorbij zijn.

Voor de beleidsmakers: neem energiezekerheid op als strategisch thema in komende beleidsnota’s. Als we dit gesprek niet nú structureren, doen crisis en tijdsdruk dat straks voor ons.
 

Tekst: Joachim Friedericy, Salomo van der Heijden en Tjerk Kuipers, werkzaam bij het ministerie van Defensie en zijdelings betrokken bij nucleaire energievoorziening binnen Defensie.
Foto: Gereedmaken van transport van de kleine reactor van Project Pele in het Amerikaanse Utah. Credit: ProjectPele