Het probleem is niet het energienet, maar hoe we dat gebruiken, stelt Martijn Goossens, specialist gebouwinstallaties en duurzaamheid bij advies- en ingenieursbureau Arcadis, in deze column voor De Ingenieur.

Nederland loopt vast. Bedrijven wachten op aansluitingen op het elektriciteitsnet, in de regio Utrecht is een aansluitstop ingesteld, de woningbouw vertraagt en overal klinkt dezelfde reflex: we moeten het net uitbreiden. Dat is begrijpelijk, maar het raakt niet de kern van het probleem.

We hebben namelijk geen structureel tekort aan capaciteit op het elektriciteitsnet, over een etmaal bekeken. We hebben een systeem dat slecht omgaat met pieken. Het net is niet continu vol, maar op specifieke momenten overbelast. En toch richten we onze oplossingen vooral op uitbreiding en verzwaring van het net, in plaats van op slimmer gebruik van wat er al is.

Vergelijk het met het verkeer. Als iedereen om half negen ’s ochtends de weg op gaat, staat het vast. We kunnen de weg verbreden, maar als het gedrag niet verandert, blijft de file bestaan – alleen op een iets bredere snelweg. Dat is precies wat we nu met het elektriciteitsnet doen. We blijven investeren in méér infrastructuur, terwijl we het bestaande systeem inefficiënt gebruiken.

De juiste vraag is niet ‘Hoeveel netcapaciteit bouwen we bij?’, maar ‘Hoe voorkomen we dat we het netwerk te veel tegelijkertijd belasten?’

Het antwoord op die vraag ligt meer voor de hand dan vaak wordt gedacht: voer dynamische energieprijzen in. Geef mensen een dynamisch energiecontract waarin de elektriciteitsprijs per uur of zelfs kwartier verandert, gebaseerd op vraag, aanbod, overvloed en schaarste van stroom in het energiesysteem op dat moment. Niet als nicheproduct of experiment, maar als standaard voor woningen en vervoer. Daarmee verandert slim omgaan met stroom van een moreel appèl in eigenbelang. Dat dat werkt, zagen we bij de vorige energiecrisis, toen het gasverbruik in korte tijd fors daalde door prijsprikkels.

Zo verandert slim omgaan met stroom van een moreel appèl in eigenbelang

Martijn Goossensspecialist gebouwinstallaties en duurzaamheid

Dynamische energieprijzen betekenen niet dat iedereen zijn leven moet aanpassen. Het betekent vooral dat slimme systemen het werk doen. Elektrische auto’s hoeven niet per se om zes uur ’s avonds te laden. Warmtepompen kunnen met een buffervat vooruit produceren. Het gebruik van de wasmachine of vaatwasser is prima enkele uren uit te stellen zonder merkbaar comfortverlies. En door energie lokaal op te slaan, kunnen pieken in de productie van elektriciteit worden opgevangen. Laadpalen, warmtepompen, huishoudelijke apparatuur en batterijen kunnen hierop automatisch sturen, zonder dat gebruikers er continu mee bezig hoeven te zijn.

Niet iedereen kan of wil altijd flexibel zijn, maar dat is ook niet nodig. Als een voldoende grote groep mensen meebeweegt, ontstaat er al enorme ruimte. Pieken bepalen de vereiste netcapaciteit: met het afvlakken daarvan is disproportioneel veel winst te boeken.

Netverzwaring blijft nodig: gericht, selectief en voor nieuwe ontwikkelingen. Maar het idee dat dit dé oplossing is voor netcongestie, is een dure misvatting. We investeren tientallen miljarden en nemen jaren de tijd, terwijl een belangrijk deel van de oplossing vandaag al beschikbaar is. Misschien moeten we durven toegeven: het probleem is niet het net. Het probleem is hoe we het gebruiken. En precies daar kunnen we nú het verschil maken.

Tekst: Martijn Goossens is specialist gebouwinstallaties en duurzaamheid bij advies- en ingenieursbureau Arcadis.
Foto: Depositphotos