Gemaakte wereld
Marcel Moring is romanschrijver. Zijn werk verscheen in achttien landen en werd meermaals bekroond.
Sommige intellectuelen denken graag in tijdperken. We hebben Het einde van de geschiedenis gehad, het boek waarin Francis Fukuyama in 1992 betoogde dat de mensheid het punt had bereikt waarop duidelijk was dat de liberale democratie het zenit van onze ontwikkeling was. De autocratische leiders van onze tijd zijn het niet met hem eens. We hebben het Antropoceen gehad, wat betekent dat de invloed van de mens op de aarde net zo ingrijpend is als die van de geologische krachten in andere tijdvakken. En nog niet zo lang geleden hoorde ik een Amerikaanse intellectueel beweren dat we in het post-literaire tijdperk leven, waarin het schrift heeft afgedaan als middel om kennis te bewaren en over te dragen. Denken in tijdperken geeft overzicht. Het wekt de illusie dat we de chaos van het leven op zijn minst kunnen herkennen en misschien zelfs begrijpen.
Voor mij komt ook een tijdperk ten einde. Begin deze eeuw leverde ik mijn eerste stukje in voor De Ingenieur. Dat ging over een kroonsteentje dat niet werkte, omdat IKEA in haar onmetelijke wijsheid had besloten dat dat beter kon. Wat niet het geval was. Nu, 260 columns later, nemen we afscheid van elkaar. De Ingenieur gaat een nieuwe toekomst tegemoet, met een andere uitgever en andere mensen.
Ik kwam u de afgelopen zeventien jaar soms in het wild tegen. U stuurde e-mails, een enkele keer een brief. Vorige week nog, toen ik nieuwe hoortoestellen kreeg aangemeten, zei de audicien dat haar man mij in De Ingenieur las. ‘Hij is een echte nerd,’ zei ze vertederd.
Ik geloof niet dat dit blad voor nerds is, al zal ik onmiddellijk erkennen dat ik aan dat profiel voldoe. De Ingenieur is een blad voor lezers die begrijpen dat onze wereld een gemaakte wereld is en dat dat maken een kwestie is van mensenwerk. Je zou zelfs kunnen zeggen dat dat een van onze allermenselijkste kenmerken is, dat ons succes als soort wordt verklaard door de ingenieur in ons. Dat is, wat mij betreft, waar het in De Ingenieur om te doen is en daarom voelde ik mij, als schrijver, ook thuis tussen de verhalen over biogascentrales, sensoren en waterbeheersing. Nu de fysieke uitdagingen in onze gemaakte wereld toenemen – droogte, watertekorten, AI, oorlogen – is De Ingenieur relevanter dan ooit. Mijn voorganger op deze plek was Rudy Kousbroek, een van de toonaangevendste essayisten van zijn tijd en net als ik iemand die niet voldeed aan het cliché van de alfa voor wie de wereld van de bèta’s een soort niemandsland is. Dat er in het huis van De Ingenieur een kamer was waar schrijvers zich konden thuisvoelen, zegt iets over het blad. Het is een tijdschrift dat zich open opstelde naar de samenleving. Terecht, want die samenleving wordt vormgegeven door makers van allerlei pluimage, alfa en bèta, hoofd en handen, en andersom. Ik heb daar in de afgelopen 25 jaar regelmatig over geschreven omdat die kruisbestuiving mij van het allergrootste belang leek.
Vaak, als ik mijn maandelijkse column schreef, waren andere mensen in mijn gedachten. Vooral Gerrit Krol, de met de P.C. Hooftprijs bekroonde schrijver die zoveel techniek in zijn boeken stopte. Krol schreef over de technologie in onze wereld alsof het net zo’n normale achtergrond voor het verhaal was als de Amsterdamse grachten. Er zijn niet veel schrijvers meer die dat doen. Er wordt van alles en nog wat beweerd over techniek en technologie, maar zelden met kennis van zaken. Integendeel, technologie lijkt meer en meer te worden gezien als de veroorzaker van allerlei onheil. Niemand zal ontkennen dat die kant van de techniek bestaat, maar het zou mooi zijn als meer mensen ook inzagen dat we zonder techniek niet waren wie we nu zijn en waar we nu zijn.
Krols verzamelde gedichten verschenen onder de titel De industrie geneest alle leed. Omdat het hier om poëzie gaat, kunnen we aannemen dat hij dat niet letterlijk bedoelde. Maar een kern van waarheid bevat die titel wel.
De mens is tot onvermoede dingen in staat, zowel in positieve als in negatieve zin. We maken fouten en we herstellen ze weer. We veroorzaken problemen en we bedenken daar oplossingen voor. Soms bedenken we zelfs oplossingen voor problemen die nog niet bestaan. Dat is de mens en daarover heeft u sinds 1886 in dit blad kunnen lezen. Ik hoop dat mijn stukjes van de afgelopen kwart eeuw daar een beetje aan hebben bijgedragen.







Reacties