Bèta's, ingenieurs en nerds hebben één ding gemeen: ze houden van een goede puzzel, schrijft columnist Julia Wąsala. 

Laatst heb ik een week lang elke avond op de bank doorgebracht met Assassin’s Creed: Shadows, wild drukkend op de knopjes van de PS5-controller. Veel meer skills heb je voor het standaard moeilijkheidsniveau niet nodig. Bovendien had ik geen energie voor iets ingewikkelds. Voor een paper had ik net de reviews teruggekregen, overdag was ik steeds hard aan het werk om het artikel te herschrijven. Heerlijk om dan ’s avonds tussen de karakteristiek rode Japanse esdoorns in Assassin’s Creed te rijden en via een gat een kasteel in kruipen om er samoerais in elkaar te stompen...

Ik weet dat er mensen bestaan die extreem uitdagende games zoals Dark Souls of Hollow Knight leuk vinden en spellen zoals Assassin’s Creed standaard op de moeilijkste stand spelen. Ik begreep dat nooit: waarom martel je jezelf zo?

Het is niet dat ik nooit moeilijke spellen speel. Jaren geleden heb ik me aan de ruimtevaartsimulator Kerbal Space Program gewaagd. In dat spel bouw je je eigen NASA van de grond af op, inclusief het bouwen en besturen van shuttles en raketten. Toen het me na een week nog niet was gelukt mijn raket in een baan rond de maan te sturen, heb ik het maar opgegeven. Petje af voor het Artemisteam. Des te meer ben ik dankbaar voor de mensen die dat soort dingen wél kunnen. Dankzij hen heb ik bijvoorbeeld satellietdata om te onderzoeken.

Eerlijk gezegd dacht ik dat mensen alleen moeilijke spellen spelen om erover te kunnen opscheppen, een beetje zoals wanneer je Hyrox-lintjes aan je rugzak hangt. Waarom zo veel tijd en geld investeren, als het alleen is om mentaal of fysiek pijn te lijden? Of staat het symbool voor hoe wij in de techniek soms technologische moeilijkheid meer waarderen dan bijvoobeeld de impact van een oplossing of wie je er nou echt mee helpt? Laaghangend fruit is niet sexy. De gouden appel in een geheime, verboden tuin wél. Toen ik dit tegen vrienden zei, staken ze de draak met me: wie gaat die moeilijke problemen dan oplossen? Tja, toen moest ik ook eerlijk zijn naar mezelf. Ik voel me als een vis in het water in mijn onderzoek waar ik AI-modellen kan ontwerpen voor problemen waaraan nog weinig mensen hebben gewerkt, zoals het opsporen van methaanpluimen vanuit de ruimte. Elke dag ben ik aan het puzzelen over het ontwerp van algoritmen, en ook over hoe je een heel specifiek machine learning-probleem kan uitleggen.

Technologie is er om levens te verbeteren

We houden van een goede puzzel, dat hebben we als beta’s, techneuten, ingenieurs, en nerds, met elkaar gemeen. We do not do things because they are easy, but because they are hard, volgens de parafrase van Kennedy’s bekende toespraak die het Amerikaanse volk warm maakte voor de Apollomissies naar de maan.

Ik hou ook niet van makkelijk. Sterker: ik verveel me dood zonder een stevig probleem om over te zwoegen en te klagen. Ik heb alleen geen moeilijke games nodig. Door mijn onderzoek en andere hobby’s word al ik genoeg geprikkeld.

Ik heb nu te doen met mensen die wel van moeilijke games houden. Zij hebben blijkbaar onvoldoende uitdaging in hun dagelijks leven. Nog erger, zij missen de kans op de voldoening van een oplossing die impact heeft op het leven van anderen. Technologie is er niet alléén omdat we het leuk vinden om moeilijke puzzels te leggen, maar ook, en misschien juist, omdat het levens kan verbeteren.


Portret: Universiteit Leiden