
Zeeland investeert in nucleaire onderwijsomgeving
De politiek wil nieuwe kerncentrales, maar geschikt personeel is schaars. Een nieuw Zeeuws initiatief moet daarin verandering brengen.
Er komen vier nieuwe kerncentrales en de bestaande centrale in Borssele blijft langer open. Met die plannen wil het kabinet een grote stap zetten in de verdere verduurzaming van de Nederlandse elektriciteitsvoorziening. Naast wind- en zonne-energie krijgt ook kernenergie daarmee een belangrijke plaats in de toekomstige energiemix. Alleen al in de provincie Zeeland moeten volgens de huidige plannen twee nieuwe kerncentrales verrijzen, aangevuld met een nog onbekend aantal kleine, flexibele kernreactoren (SMR’s).
Hoewel het definitieve kabinetsbesluit nog moet vallen, wil Zeeland niet afwachten. ‘De aanleiding is helder: Zeeland is aangewezen als voorkeurslocatie voor twee mogelijke nieuwe kerncentrales. Daar wil de provincie zich op voorbereiden, met name op het gebied van arbeidskrachten,’ zegt Robert Trouwborst, lector van de onderzoeksgroep Kritieke Materialen aan HZ University of Applied Sciences in Vlissingen en projectleider van NUCLEUS.
Juiste vaardigheden
Een belangrijk knelpunt is het gebrek aan personeel met de juiste nucleaire kennis en vaardigheden. Daarom hebben verschillende onderwijsinstellingen en organisaties uit de nucleaire sector de handen ineengeslagen. Met het project NUCLEUS, dat donderdag werd gelanceerd, willen zij bestaande opleidingen versterken en uitbreiden met gespecialiseerde modulen voor werken in en rond kerncentrales.
NUCLEUS, wat zou staan voor Nucleaire Educatie met de inzet van Simulatoren in Zeeland, bouwt voort op het project Energy Campus Zeeland van mbo-instelling Scalda, HZ University of Applied Sciences en innovatiehub Dockwize. Ook de kerncentrale in Borssele, radioactief-afvalverwerker COVRA en de Nuclear Academy, een samenwerking tussen Pallas en TU Delft, nemen deel aan het initiatief. De Europese Unie en de provincie Zeeland stellen voor de komende drie jaar gezamenlijk 8,2 miljoen euro beschikbaar.
Volgens Trouwborst richt het programma zich nadrukkelijk niet alleen op operators van toekomstige kerncentrales. ‘We willen met dit initiatief vooral ook de huidige economie beter laten aansluiten bij die toekomst. We willen niet alleen mensen opleiden die straks in de kerncentrale achter de knoppen zitten, maar ook medewerkers van mogelijke toeleveranciers. Een voorbeeld is de bouw van een koelsysteem. ‘Het zou mooi zijn als bedrijven en vakmensen in de regio dat kunnen maken en leveren, in plaats van dat er per schip een bouwpakket uit Frankrijk moet worden aangevoerd.’
Reactorsimulator
De komende tijd bouwen de deelnemende organisaties een complete leer- en onderzoeksomgeving rond kernenergie op. Een belangrijk onderdeel daarvan wordt een educatieve reactorsimulator. Daarnaast komen er serious games waarmee studenten op een interactieve manier kennismaken met de praktijk van een kerncentrale en alles daaromheen. Ook worden zogenoemde learning stations ingericht waar studenten gezamenlijk aan nucleaire vraagstukken kunnen werken.
‘Eigenlijk willen we de hele Zeeuwse keten meenemen, van engineering en ict tot mogelijk zelfs het sociale domein,’ zegt Trouwborst. ‘Het is ook belangrijk dat al die mensen met elkaar leren samenwerken, bijvoorbeeld systeembeheerders vanuit het mbo met die van het hbo.’
Ook de nieuwe immersive classroom die momenteel bij Scalda wordt gebouwd, krijgt een belangrijke rol. In deze ruimte bestaan de wanden volledig uit ledschermen met touch-functie, en met virtual reality-technieken kunnen er uiteenlopende praktijksituaties kunnen worden nagebootst. Studenten en professionals kunnen er oefenen met onderwerpen als stralingsveiligheid, noodprocedures en procesoptimalisatie.
‘Met serious games en simulatieruimten moeten leerlingen echt zelf nadenken en situaties oplossen, het is een heel actieve manier van leren,’ aldus Trouwborst. ‘Met die immersive technology kunnen we de technologie dicht bij de student brengen.’
Nucleaire onderwijsomgeving
De nieuwe nucleaire modulen moeten bestaande opleidingen verrijken. Het consortium mikt erop jaarlijks ongeveer honderd studenten en 25 professionals bij- of om te scholen. Daarmee moet de bestaande Energy Campus Zeeland uitgroeien tot een volwaardige nucleaire onderwijsomgeving.
Het project loopt in eerste instantie drie jaar. Trouwborst hoopt dat het de basis legt voor een blijvende infrastructuur. ‘Sommige onderdelen van het programma zullen misschien stoppen, maar ik verwacht dat er dan al veel is ontstaan dat blijvend is. Er zijn vast elementen die we kunnen voortzetten.’
Hij wijst daarbij op de unieke positie van Zeeland. ‘Deze provincie heeft een bijzondere verantwoordelijkheid in de energiemix van de toekomst. Met de kerncentrales, maar ook met de windparken voor de kust. Daarnaast zijn er initiatieven op het gebied van waterstof en is er een proefcentrale voor thorium.’
Onder studenten zou grote interesse bestaan. 'We hebben nu ook al veel aandacht voor hernieuwbare energie in het programma, met ook een deel kernenergie en een bezoek aan de reactor in Petten. Ze vinden het hartstikke mooi.'
Foto: HZ






