
Samen werken aan een Europese defensie
Europa bestaat uit kleine tot middelgrote landen die – en dat wordt steeds duidelijker – alleen overeind blijven op het wereldtoneel wanneer ze de handen ineenslaan.
Als er één domein is waarop Europa onvermijdelijk meer moet samenwerken, dan is het wel defensie. Decennialang lieten de landen in Europa hun krijgsmachten krimpen. De gedachte was dat een brede afschrikking niet meer nodig was na het eindigen van de Koude Oorlog.
Maar uit die droom is Europa wreed wakker geschud. De echte wake-upcall was de Russische inval in Oekraïne begin 2022. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog was er een oorlog tussen twee landen in Europa. Ook oefent de Amerikaanse president Donald Trump, al sinds zijn eerste termijn, druk uit op andere NAVO-landen om hun defensiebudgetten met miljarden euro’s op te schroeven. De Verenigde Staten hebben lang genoeg de bescherming van Europa op zich genomen, was zijn boodschap.
Wereldorde
Inmiddels is de Amerikaanse president ruim een jaar bezig aan zijn tweede termijn en wordt duidelijk dat Europa leeft in een andere realiteit dan voorheen. De oorlog tussen Rusland en Oekraïne duurt voort en in andere Europese landen voert Rusland een hybride oorlog, met cyberaanvallen, schepen die onderzeese kabels proberen kapot te maken en het verspreiden van desinformatie.
De Amerikaanse president maakt intussen aanspraak op Groenland, een autonoom overzees gebied van Denemarken. Zo lijkt Europa tussen twee vuren terecht te komen. Als we niet meer van de VS op aan kunnen, dan zal Europa militair de eigen broek moeten ophouden en veel meer investeren in defensie.
De Europese Commissie die vorig jaar aantrad, heeft het onderwerp veiligheid bovenaan de agenda gezet, met voor het eerst een benoeming van een aparte Eurocommissaris voor Defensie en Ruimte, de Litouwer Andrius Kubilius. Daarop volgden onder meer plannen voor een ‘militair Schengen’, oftewel het wegnemen van barrières voor het vervoeren van militair materieel en troepen door heel Europa, en voor het stimuleren van de Europese defensie-industrie.
Een speciale roadmap moet ervoor zorgen dat deeptech- en defensiebedrijven elkaar gemakkelijker kunnen vinden. Ook wil de Europese Commissie hiermee het gebruik van geavanceerde technologieën voor defensiedoeleinden versnellen en de (militaire) productiecapaciteit van Europa stimuleren door innovatie. Ook wordt er meer gezamenlijk geoefend door EU-landen.
Wapenindustrie
Een logische trend is dat landen in de EU zelf specifieke wapens gaan ontwikkelen en bouwen. Van oudsher is Europa al goed in bijvoorbeeld radartechnologie, jachtvliegtuigen en marineschepen, maar voor langeafstandswapens en luchtafweer is Europa veelal aangewezen op de producten van Amerikaanse bedrijven. ‘De Europese landen hebben aanzienlijke gaten laten vallen in zeestrijdkrachten, luchttransport, luchtverdediging, raketten en munitie voor artillerie’, schreef NRC een jaar geleden.
Hoewel het misschien traag oogt, beginnen Europese landen inmiddels te reageren. Begin januari kondigde het Verenigd Koninkrijk aan dat het een ballistische raket gaat ontwikkelen die onder meer is bedoeld voor de Oekraïense strijdkrachten. Het Duitse bedrijf Rheinmetall voert de productie van munitie sterk op, nog een voorbeeld van de manieren waarop Europa de afhankelijkheid van de Verenigde Staten probeert af te bouwen.
Ook sloot hetzelfde bedrijf een joint venture met het Italiaanse Leonardo, voor het bouwen van een moderne tank. Dergelijke samenwerkingen tussen bedrijven in verschillende Europese landen gaan we ongetwijfeld steeds vaker zien. Samen kunnen we immers meer dan in ons eentje - dat geldt ook voor de industriële defensieproductie.
Drones
Met name op het gebied van drones gaan de ontwikkelingen razendsnel. Die onbemande luchtvaartuigen komen dan ook uitgebreid aan bod op het KIVI-jaarcongres. De grote onbemande vliegtuigen – denk aan de MQ-9 ‘Reaper’ van de VS – spelen al langer een rol voor defensiedoeleinden, maar ook de kleine, elektrische vliegmachines worden sinds enkele jaren heel anders gebruikt dan voorheen. Dat geldt zowel voor de quadcopters als voor de fixed-wing drones. Indertijd waren drones toch vooral dure speeltjes of ze werden gebruikt om mooie videobeelden vanuit de lucht mee te maken. Of, als ze wat groter waren, om voorzien van camera’s specifieke inspecties uit te voeren op lastig toegankelijke plaatsen.
Met de oorlog in Oekraïne is ook het militaire potentieel van kleine, lichte drones duidelijk geworden. Militairen kunnen er niet alleen beelden mee schieten vanuit de lucht, maar ze ook voorzien van een explosieve lading. Al kort na de Russische invasie kwamen uit Oekraïne verhalen van handige jongens die drones ombouwden voor kamikazemissies; met een drone van enkele duizenden euro’s vielen ze tanks van vele miljoenen aan. Inmiddels is dat een serieuze tak van het Oekraïense leger geworden, ondersteund door tientallen bedrijven in het land, soms ondersteund door andere Europese bedrijfjes.
3D-printers
Het model van de Oekraïense dronebouwbedrijven dient inmiddels als voorbeeld voor andere Europese landen. Drones produceer je niet in grote identieke aantallen, met productielijnen zoals bij autofabrieken, maar in kleine ruimten vol 3D-printers en robotarmen. Dat maakt de productie van de kleine vliegende helikopters flexibel; morgen wordt aan het front gevraagd om drones met andere eigenschappen dan vandaag.
Openingsfoto: Vlag van Europa op legerkleding. Foto: Depositphotos







