Boeken over Elon Musk zijn er in overvloed. Quinn Slobodian en Ben Tarnoff leggen de nadruk op Musk als symptoom.

Ruim een eeuw geleden publiceerde Henry Ford zijn autobiografie, My life and work. Korte tijd later werd de term ‘fordisme’ gemunt. Die verwees naar veel meer dan alleen het door de Amerikaanse industrieel ontwikkelde principe om standaardmodellen auto’s in eindeloze stromen van de lopende band te laten rollen. Het fordisme stond voor industrialisatie in het algemeen, massaproductie, massaconsumptie en in bredere zin voor het kapitalisme dat de twintigste eeuw zou gaan typeren. Eén man had een nieuwe vorm van gezond verstand voortgebracht.

Zoals het fordisme het ‘besturingsprogramma’ van de afgelopen eeuw was, zo zou het ‘muskisme’ het besturingsprogramma van de eenentwintigste eeuw kunnen worden. Dat is het prikkelende uitgangspunt van het onlangs verschenen Muskisme. Auteurs Quinn Slobodian, hoogleraar internationale geschiedenis aan Boston University, en Ben Tarnoff, die als journalist voor onder meer The New York Times en The Guardian schrijft, maken in hun inleiding al duidelijk zich niet op de mens Elon Musk te willen richten. Ze willen uitzoeken waarvan de tech-pionier een symptoom is: Musk als incarnatie van een wereldbeeld.

Waar het fordisme een stijgende levensstandaard beloofde (iedereen een auto voor de deur en een koelkast in de keuken!), daar draait het muskisme om soevereiniteit. Het middel om dat wenkende perspectief te bereiken, is technologie. Want met de raketten, auto’s en satellieten die Musk verkoopt, brengt hij ook het idee aan de man dat landen en individuen in deze steeds onstabielere wereld hun onafhankelijkheid kunnen versterken met behulp van zijn infrastructuren. ‘De paradox is daarbij dat je afhankelijk van hém wordt zodra je dat doet’, schrijven de auteurs. ‘Dat wat als “technosoevereiniteit” verkocht wordt is de toegang tot Musks ommuurde tuin, waarvan hij de sleutel in bezit heeft.’

In die ommuurde tuin, betogen de auteurs, wordt de rol van de mens steeds kleiner. Musk droomde al hardop over een alien dreadnought, een fabriek zonder mensen. Autonoom gewonnen lithium en andere grondstoffen worden door een robotvloot naar fabrieken vervoerd. Daar worden ze automatisch worden uitgeladen waarna robots er batterijen van maken, die vervolgens worden gebruikt om de autonome voertuigen en robots aan te drijven. In deze visie is de fabriek niet langer een productiemiddel, maar de wereld zelf. ‘Dit was elektrische autonomie in volledig geautomatiseerde vorm’, stellen de auteurs, ‘maar het riep een grotere vraag op: autonomie voor wie?’

De mens verdwijnt in dit wereldbeeld naar de zijlijn. Dat is de uiterste consequentie van het muskisme: dat de mens niet langer het onderwerp van de geschiedenis is, maar het afgedankte fundament ervan. Het product is niet langer een auto of een robot, maar een volledig zelfstandig functionerende infrastructuur.

Hoewel de auteurs stellen dat het hun niet om de persoon te doen is, ontkomen ze er niet aan Musks woorden en daden te bespreken. Dat doen ze goeddeels in chronologische volgorde: van zijn jonge jaren in Zuid-Afrika via zijn eerste stappen als ondernemer tot de succesvolle jaren van Tesla en SpaceX en de omstreden maanden als naaste adjudant van president Donald Trump, toen hij als de facto hoofd van het Department of Government Efficiency (DOGE) het overheidsapparaat onder handen nam. Overheden zijn ‘gewoon computers’, zei Musk in die tijd, ‘grote domme machines’ die slecht waren geconfigureerd en nodig moesten worden debugged.

Om de wereld die Musk wil opbouwen te begrijpen, moeten we de werelden begrijpen die Musk hebben gevormd, verklaren de auteurs. Het is knap dat ze dat op zo’n manier weten te doen dat de lezer inderdaad nooit het gevoel krijgt de zoveelste biografie in handen te hebben. Ook vertaler Inge Pieters verdient daarbij een groot compliment.

Een gids ‘voor de verbijsterden’, luidt de ondertitel die de auteurs het boek gaven. Wie nog niet verbijsterd was over het fenomeen Musk, zal dat na lezing van dit overtuigende betoog alsnog zijn.

Muskisme. Een gids voor de verbijsterden

Quinn Slobodian & Ben Tarnoff 270 blz. | € 22,99 e-boek € 12,99