
Digitale soevereiniteit vraagt regie, vertrouwen en samenwerking
Organisaties en overheden streven niet langer alleen naar technologische innovatie, maar vooral naar controle, keuzevrijheid en weerbaarheid. Dat was de tendens van een door technologiebedrijf IBM georganiseerd rondetafelgesprek over de toepassing van kunstmatige intelligentie (AI) dat dinsdag in Amsterdam plaatsvond.
Digitale soevereiniteit is inmiddels een centraal thema in het debat over de toekomst van technologie en AI. Het was altijd al belangrijk, maar als gevolg van het snel veranderende geopolitiek landschap is het nog weer belangrijker geworden.
Volgens de deelnemers aan het debat draait digitale soevereiniteit in de kern om het vermogen om technologie op eigen voorwaarden te gebruiken, of het nu gaat om data en algoritmen of om cloud-infrastructuur.
Volledige onafhankelijkheid is daarvoor niet eens een vereiste, wel het vermogen zelf de strategische regie te kunnen voeren. Keuzevrijheid, of ‘optionaliteit’, is cruciaal: organisaties moeten kunnen wisselen van leverancier, technologieën en infrastructuren, zonder dat ze vastzitten in gesloten ecosystemen. ‘Soevereiniteit is die optionaliteit van de services, de data die je gebruikt’, zei Frank Ketelaars, senior engineer bij IBM.
Om je eigen toekomst te kunnen bepalen, hoef je niet alles zelf te bezitten
Internationale ketens
Volledige controle over de gehele technologie is in de praktijk niet haalbaar. Moderne IT-omgevingen zijn immers verweven met internationale ketens van leveranciers, infrastructuur en kennis, stelden de deelnemers aan de discussie vast. ‘Als je als bedrijf helemaal soeverein wil zijn, dan is dat eigenlijk niet mogelijk’, zei Ketelaars.
Willem Jonker, bestuursvoorzitter van de AI Coalitie voor Nederland (AIC4NL) die zich inzet voor een snelle en verantwoorde AI-transitie in Nederland, was het daarmee eens. ‘Control your own destiny mag een goed principe zijn, maar om je eigen toekomst te kunnen bepalen, hoef je niet alles zelf te bezitten of volledig onder controle te hebben’, zei hij.
Sleutel tot data
Technologische oplossingen kunnen daarbij helpen. Zo zijn er versleutelingstechnieken waarbij organisaties zelf de sleutel tot hun data behouden, zelfs wanneer die data in de cloud staan – binnen of buiten Nederland. Ook open standaarden en open dataformaten spelen een rol, omdat die het overstappen tussen systemen vergemakkelijken.
Jonker legde de nadruk behalve op een verantwoorde omgang met AI en op soevereiniteit ook op weerbaarheid, als organisatie en als maatschappij. ‘Die drie aspecten hangen sterk met elkaar samen. En wat we moeten voorkomen, is dat er een Bermudadriehoek ontstaat waarin AI verdwijnt en we er niets meer mee kunnen doen.’
Innovatie of autonomie?
Een terugkerend thema is het spanningsveld tussen soevereiniteit en innovatie. Innovatie gedijt immers het best in een klimaat zonder al te veel regels en controle. Jonker nuanceerde die stelling. ‘Ik geloof niet zo in een tegenstelling tussen soevereiniteit en innovatie’, zei hij.
Regelgeving en soevereiniteit hoeven in zijn optiek innovatie niet te remmen, maar kunnen juist nieuwe marktkansen creëren. Zo kunnen Europese regels mits ze strategisch worden ingezet leiden tot nieuwe industrieën en technologische doorbraken.
Intussen loopt Europa ver achter op het gebied van AI-infrastructuur. De grootste rekenkracht en technologische platforms bevinden zich in de Verenigde Staten en China. Dit maakt Europese organisaties afhankelijk van technologie waarover zij beperkte controle hebben. ‘Als je kijkt naar patenten, dan heeft Amerika zo’n enorme stapel, China zo’n stapel en wij zo’n stapeltje’, zegt Jonker, zijn rechterhand steeds dichter boven de tafel houdend.
De AI-infrastructuur is een basisbehoefte, zoals elektriciteit, water en de spoorwegen die ook zijn
Vertrouwen als fundament
Vertrouwen kwam naar voren als sleutelbegrip voor succesvolle implementatie van AI. Organisaties moeten kunnen vertrouwen op de herkomst van data, de werking van algoritmen en de betrouwbaarheid van modellen. ‘Alles rust op vertrouwen’, zegt Gregory Verlinden, vicepresident Data & AI van IT-provider Cegeka. ‘Zonder vertrouwen geen adoptie, geen gebruik.’
Dat vertrouwen wordt opgebouwd via governance: duidelijke regels, dataclassificatie en controlemechanismen. Zeker bij kritieke toepassingen, zoals in de zorg, de financiële sector of bij de overheid, is transparantie essentieel: blijft die transparantie uit, dan komt dat vertrouwen er ook niet.
Tegelijkertijd groeit het besef dat data en AI-modellen steeds meer met elkaar verweven raken, wat het vraagstuk complex maakt. In de woorden van IBM-expert Ketelaar: ‘In hoeverre kun je een model vertrouwen dat elders is getraind, met data die je niet zelf beheert?’
Economische waarde
De deelnemers waren eensgezind over de noodzaak van investeringen in Europese en nationale AI-infrastructuur. Zonder zo’n sterke, financiële impuls dreigt een structurele afhankelijkheid van buitenlandse technologie en regelgeving. ‘De AI-infrastructuur is een basisbehoefte, zoals elektriciteit, water en de spoorwegen dat ook zijn,’ zei Verlinden. ‘Valt die weg, dan kun je ineens niet meer vliegen, maar beland je weer in een wandeltempo. Terwijl de rest van de wereld aan het vliegen is.’
Daarbij werd gepleit voor een combinatie van publieke en private samenwerking. Voorbeelden uit andere Europese landen laten zien dat gerichte investeringen in infrastructuur, talent en ecosystemen kunnen leiden tot sterke AI-clusters. ‘We moeten veel meer voor publiek-private samenwerkingen gaan,’ zei Verlinden.
Voor Nederland ligt de uitdaging volgens de deelnemers in betere regie en samenwerking. Hoewel er voldoende kennis en talent aanwezig is, ontbreekt het vaak aan schaal en coördinatie om die om te zetten in concrete economische waarde.
Wij zijn als Nederland eigenlijk gewoon te klein om dit goed op te zetten
Opschalen naar Europees niveau
Digitale soevereiniteit is bovendien niet eens zozeer een nationale, maar vooral een Europese opgave. Individuele landen zijn te klein om zelfstandig concurrerende AI-ecosystemen te bouwen. Door samenwerking binnen Europa kan wel voldoende schaal en slagkracht worden bereikt. ‘Wij zijn eigenlijk gewoon te klein om dit goed op te zetten’, aldus Frank Ketelaars.
Als positief voorbeeld werd de AI-fabriek genoemd die in de provincie Groningen wordt gebouwd. Naast zestig miljoen euro van de provincie zijn voor de bouw inmiddels ook zeventig miljoen euro vanuit het Rijk beschikbaar gesteld en zeventig miljoen euro vanuit Brussel.
Foto: IBM







