
Samen naar de maan
‘Voorsprong door techniek.’ Echt waar?, vraagt redacteur Jim Heirbaut zich af in zijn column. Dit keer de aanstaande terugkeer naar de maan.
Dit zou de maand van de waarheid worden voor de ruimtevaart. Op 6 februari opende het launch window voor de Artemis II-missie, een samenwerking tussen de Amerikaanse NASA en de Europese tegenhanger ESA. Tot twee keer toe werd een geplande lancering inmiddels afgeblazen, maar komende week is er opnieuw een kans.
Ondanks het uitstel lijkt het intussen duidelijk dat er voor het eerst in vijftig jaar weer mensen naar de maan zullen gaan. Ze landen nog niet op het oppervlak. Dat zou pas op z'n vroegst halverwege 2027 gebeuren, met de Artemis III, maar ook dat wordt een jaar later, heet NASA laten weten. Wel maakt een team van drie mannen en een vrouw een reis van tien dagen in hun Orioncapsule. Hoogtepunt wat mij betreft: een rondje om de maan.
Ik vind deze maanmissies enorm gaaf en opwindend. Dat begon met de twee Kuifje-boeken over maanreizen die ik in mijn jeugd steeds opnieuw las. Later smulde ik van boeken als Tom Wolfes geweldige The Right Stuff en spannende films als Apollo 13. Raketten zijn sowieso cool; wist je dat de lanceerraket SLS van de Artemismissie bijna honderd meter hoog is?
Voor de astronauten heb ik bewondering. Ik probeer me in te leven in hoe ze, opgesloten in hun nauwsluitende capsule, zitten te schudden wanneer ze met hoge snelheid worden gelanceerd. Het blijft risicovol wat ze doen, hoe goed de voorbereidingen ook zijn en hoe ver de technologie ook is voortgeschreden ten opzichte van een halve eeuw geleden.
Waarom moeten er per se mensen van vlees en bloed naar de maan, met alle risico’s van dien?
Toch is er een stemmetje in mijn hoofd dat zegt: wat móeten mensen in godsnaam op de maan? Het is er onleefbaar, je kunt er niet eens ademen. Alles wat je er doet, is gevaarlijk en wat voegt het toe dat je er levende mensen heen stuurt? Zeker nu technici tegenwoordig de meest geavanceerde karretjes kunnen bouwen, die ook prima wetenschappelijk onderzoek op een ander hemellichaam kunnen doen.
Kijk maar naar de rovers − verkenners − die verschillende landen al naar de maan hebben gestuurd. Zelfs op de veel verder weg ‘gelegen’ planeet Mars rijden onderzoekswagentjes, we hebben er in dit blad uitgebreid over geschreven. Het lukte ingenieurs zelfs om een helikoptertje over de Marsbodem te laten scheren!
Dus waarom moeten er per se mensen van vlees en bloed naar de maan, met alle risico’s van dien? Ik kan eigenlijk maar één goede reden bedenken om dit te blijven doen. En dat is om te laten zien dat internationale samenwerking nodig is en dat astronauten en technici uit verschillende landen eensgezind en succesvol kunnen samenwerken in grote ingewikkelde projecten. Want daar is grote behoefte aan, nu de leider van het machtigste westerse land tal van internationale afspraken en verbanden bij het grofvuil lijkt te zetten.
Deze missie heeft drie Amerikanen en een Canadees aan boord, en voor aankomende Artemis-missies staan al Europese en Japanse astronauten klaar. Supergoed, blijf het samen doen!
Foto: De Orion-capsule, waarmee de Artemis wordt uitgevoerd, in NASA’s Kennedy Space Center in Florida. Credit: NASA/Cory S Huston.




