
Rijst van eigen bodem
Veengebieden in Nederland zijn er door uitdroging niet goed aan toe, en vragen om een oplossing. Het onder water zetten van land is onpraktisch, maar misschien valt er wél rijst te telen. Onderzoekers van Wageningen University & Research en Universiteit Leiden bestuderen op welke manier we rijst kunnen telen in Nederland, en zetten begin 2026 een grootschalig experiment op dat zes jaar zal lopen.
Uitgedroogd veen
We hebben veel veengebied in Nederland: een oppervlakte van rond de vierduizend vierkante kilometer. Veengrond, bestaande uit grotendeels onverteerde plantenresten, is van nature erg vochtig. Het uitdrogen van veengrond, ofwel de veenmineralisatie, leidt tot een hoge CO2 uitstoot en een bodemdaling. ‘Het zakken van veen komt door oxidatie en geeft een enorme CO2-uitstoot. Door het veen weer onder water te zetten stop je het oxidatieproces,’ zegt Tom Schut, onderzoeker bij de Plant Production Systems-groep van Wageningen University & Research (WUR). Het onder water zetten van het land zal niet alleen bodemdaling en CO2-uitstoot tegengaan, maar zorgt ook voor minder verzilting van de bodem door een hogere grondwaterstand. Ook leidt het tot een grote biodiversiteit omdat het land veel diersoorten trekt, zoals libellen en kikkers. De oplossing lijkt duidelijk, toch?
Alleen is niet iedereen blij met het verhogen van het waterpeil in het veengebied: de koeien kunnen niet met hun poten in het water staan en veel landbouwgewassen kunnen niet op de natte grond worden verbouwd. Om boeren te motiveren hun veengrond onder water te zetten, wordt er volop onderzoek gedaan naar hoe het veenland ingericht kan worden voor een duurzaam veenlandbeheer in de toekomst. Zo wordt er steeds meer gekeken naar de mogelijkheden binnen paludicultuur, ofwel natte landbouw. Zo wordt er ook gekeken naar een plantensoort die het goed doet in een natte omgeving – en die zelfs nodig heeft: rijst. En laat dat nou net een graan zijn dat erg gewild is in ons land.

Rijst als kandidaat
‘In Nederland hebben we veel vraag naar rijst, en dat halen we van ver’, zegt Schut. Namelijk uit de tropische gebieden in Azië: hier groeit de zogeheten indica-variant van de rijst. De japonica-variant, daarentegen, groeit ook onder omstandigheden met lagere temperaturen. Soorten van deze variant worden al geteeld in Europa, denk aan de risotto- of paellarijst uit Italië en Spanje. Ook de Nederlandse landbouwgrond lijkt steeds geschikter voor de rijstteelt, mede door klimaatverandering. ‘De klimaatzones en gewasgeschiktheidszones in Nederland schuiven langzaam maar zeker op, en daarom zoeken we nu gewassen die beter passen bij het klimaat dat we gaan krijgen.’ Zo blijkt de japonica-variant van de rijst hiervoor een sterke kandidaat.
In Zwitserland wordt al een aantal jaren succesvol rijst gekweekt, als reactie op het warmer wordende klimaat. Een aantal soorten zijn in Zwitserland erg succesvol, maar blijken het in Nederland nog niet zo goed te doen, ondanks een vergelijkbaar klimaat. Schut: ‘We zien duidelijke verschillen in de groei, dus wij zullen echt naar onze eigen soorten moeten zoeken.’
Broeikasgassen
Onder normaal landbouwkundig gebruik komt er per hectare veengrond zo’n 20 ton CO2 vrij. ‘Op het moment dat je het veld onder water zet en het een jaar onder water houdt, wordt dat nul,’ zegt Schut. Door het vernatten van veengrond ontstaat er wel meer methaan, eveneens een broeikasgas. Daar hebben de onderzoekers ook iets op bedacht wat aankomend jaar getest gaat worden: het afwisselen van natte en droge stukken grond in het veld. Deze methode moet gaan zorgen voor beperkte methaanemissie van veengrond onder water.
Grootschalig experiment
Het project is klein gestart in 2023, met drieduizend rijstplanten in het Polderlab bij Leiden. Daarna zijn er jaarlijks proeven geweest met verschillende mogelijke rijstsoorten en het toevoegen van de vissen als gewasbescherming. Afgelopen jaar was er voor het eerst genoeg rijst gegroeid voor een oogst. Zo kwam er naar voren dat van de 33 geteste rijst-soorten wel 17 succesvol groeien op Nederlandse grond. Begin dit jaar zullen de experimenten nog groter worden opgezet, op velden bij Leiden. ‘We willen eigenlijk het hele plaatje meepakken,’ zegt Schut. Dit houdt in dat de experimenten veel verschillende dingen gaan onderzoeken, waaronder agronomische aspecten, broeikasgasemissies, gewas opbrengst, impact op biodiversiteit, invloed van bemesting en invloed op de waterkwaliteit. Zo hopen de onderzoekers een duurzame oplossing te vinden voor een circulair voedselsysteem op onze veengebieden.
Tom Schut legt in deze video uit waar de onderzoekers zich precies mee bezig houden:
Vissen in de velden
Naast de experimentele rijstteelt is er nog een element toegevoegd aan de velden, namelijk vissen. Er zijn afgelopen twee jaar al proeven met de vissen uitgevoerd, die veelbelovend uit de test kwamen. ‘De vissen hebben als voordeel dat ze een deel van de insecten die op dat water afkomen zullen opeten. En dat komt dan weer beschikbaar voor de rijstplant via de uitwerpselen’, zegt Schut. Zo dienen deze vissen, de Afrikaanse meerval, als een natuurlijke gewasbescherming en bemester voor de rijstplanten en ontstaat er een circulair systeem. Als kers op de taart kunnen de vissen aan het eind van het oogstseizoen van de rijst worden gevist en gegeten. Schut: ‘we kunnen een vis produceren die geschikt is voor restaurants.’
De experimenten die aankomend jaar grootschalig worden opgezet worden uitgevoerd in samenwerking met GreenChoice, Deltares, Hoogheemraadschap van Rijnland, Veenweide Innovatie Programma Nederland (VIPNL), Veenland Innovatie Centrum (VIC) en Land van Ons.
Foto's: Wageningen University & Research







