
Energiezorgen
De overheid is bezorgd over ons energieverbruik, maar staat ondertussen steeds meer stroomhongerige datacenters toe en dwingt huizenbezitters niet om hun bezit te isoleren. Dat is vreemd, stelt columnist Marcel Möring.
Het zijn de koudste dagen van februari en hier, op de bovenste verdieping van dit in 1830 gebouwde pand, heeft de cv er vier uur over gedaan om het huis van 17 graden op te warmen tot een milde 17,5. In de jaren dertig van de negentiende eeuw zaten de welgestelde bewoners van dit pand knus rond de kachel terwijl het personeel warme chocolademelk aandroeg en vroeg of er verder nog iets van dienst was.
Ik, armzalige arbeider in de kunsten, zit met koude handen te tikken en drink koffie die al is afgekoeld voordat hij mijn werktafel heeft bereikt. ‘Het is een strijd in de venen’, placht de vader van mijn eerste vriendinnetje te zeggen. En dat is het.
Vorig jaar heb ik strengen schapenwol in kieren gestopt, onder de radiatoren ventilatorstrips gemonteerd die de warme lucht omhoog stuwen en een blaaskacheltje gekocht dat mijn benen warm houdt. Het helpt iets, maar tegen een nauwelijks geïsoleerd huis kun je als huurder weinig beginnen. In de wetenschap dat het in Oekraïne erger is, onthoud ik mij van al te veel geweeklaag. Ik zou mijn blaaskacheltje graag die kant op sturen en het zelf zonder doen, maar ik vrees dat ik er dan een generator bij moet leveren.
Ik vraag me af in welk sterk verhaal wij tegenwoordig verkeren
Ik wil niet zeggen dat ik elke dag aan Oekraïne denk, maar het land is niet vaak uit mijn gedachten. Daar, ver weg, vechten ze niet alleen voor hun eigen bestaan, maar ook om onze buitengrenzen te bewaren. Als Oekraïne valt, schudt Europa op zijn grondvesten. We hebben mijnheer Poetin de afgelopen jaren een beetje leren kennen en we weten dat zijn machtshonger geen grenzen kent. Hetzelfde geldt voor zijn collega aan de andere kant van de wereld.
Wij, in Europa, zitten daar tussenin, als de baron Von Münchhausen die wordt belaagd door een leeuw voor hem en, alsof dat niet genoeg is, een krokodil achter hem. Net als de leeuw hem bespringt duikt de baron naar de grond en, hop, daar belandt de leeuw in de wijdgeopende bek van de krokodil. Bij Von Münchhausen loopt altijd alles goed af. Dat is een eigenschap van sterke verhalen. Ik vraag me af in welk verhaal wij tegenwoordig verkeren.
Ondertussen zit ik hier in de warme luchtstroom van mijn blaaskacheltje en bedenk wat ik als huurder nog meer kan doen om dit oude huis beter te isoleren. Niet veel, vrees ik. De eigenaar van het pand kan van alles ondernemen, maar die heeft daar om financiële redenen niet veel zin in.
Vreemd dat de overheid bezorgd is over ons energieverbruik en ondertussen steeds meer stroomhongerige datacenters toestaat en huizenbezitters niet dwingt hun bezit te isoleren. Al die slecht geïsoleerde huizen bij elkaar zijn een aanslag op onze energievoorziening. ‘Stoken met de ramen open’, zou mijn moeder zeggen.
De drie nieuwe datacenters die Microsoft in Amsterdam bouwt, verbruiken volgens de kranten ongeveer net zoveel stroom als ‘een kleine stad’. Ik weet niet waaraan ik moeten denken bij een kleine stad. Groningen? Enschede? Of zijn die weer net te groot? De kleinste stad van Nederland is het Gelderse Staverden: vijf inwoners. Mij lijkt dat te klein. Het is een ergerlijke gewoonte om maten uit te drukken in de vorm van zoveel voetbalvelden of Olympische zwembaden, drie keer rond de wereld of van hier naar de maan en terug. Getallen willen we. Exactheid. Meten is weten. Van welke kleine stad slurpt Microsoft de stroom op?
Je zou verwachten dat de overheid eist dat een bedrijf dat zoveel verbruikt voor compensatie zorgt in de vorm van windmolens, zonnecellen of een andere vorm van energieopwekking. Ik heb nog niet gelezen dat Microsoft iets terugdoet voor onze elektrische gastvrijheid. Misschien kan het stroomgeneratoren plaatsen in een kleine stad waar de vrouwen hun haar niet meer kunnen föhnen en de mannen zich niet meer scheren omdat hun stroom in Microsofts cloud verdwijnt.
Inmiddels zijn hier de wolken weg en is de zon gaan schijnen. De temperatuur binnenshuis stijgt langzaam naar 18 graden Celsius. Mijn achterbuurman, die een klein bedrijf in groenvoorziening runt, zal er blij mee zijn. Hij heeft het dak van zijn werkplaats volgelegd met zonnepanelen. Ik vraag me af of ze die in Oekraïne hebben. Waarschijnlijk niet. Behalve gratis zonlicht komt daar nog iets anders uit de lucht vallen.
Tekst: Marcel Möring. Onlangs verscheen van zijn hand de novelle Kleurentovenaar.
Foto: Harry Cock






