
'Bouwen is leuk, vooral als je het samen doet'
Arnold Koetje is docent-onderzoeker aan hogeschool Inholland in Delft, waar hij studenten opleidt als ingenieur in de luchtvaarttechnologie.
DRIVE
De wereld een beetje beter maken, dat is de ambitie van veel ingenieurs.
In DRIVE vertellen ze over wat hen beweegt. Fotograaf Bianca Sistermans maakt het portret.
‘Sinds een paar jaar krijgen we van aankomende studenten vaker de vraag wat wij aan duurzame luchtvaart doen. Je merkt dat het thema jonge mensen bezighoudt. Het zijn studenten die enthousiast worden van luchtvaart. Wij leiden ze op om vliegtuigen te ontwikkelen: ontwerpen, bouwen en testen, zeggen we hier. Een van de leukste dingen vind ik het koppelen van studenten aan bedrijven voor eindprojecten.
Dat ik nu dit lab voor luchtvaarttechnologie leid, is het gevolg van een reeks toevalligheden. Bij mijn vorige werkgever Moog, een bedrijf dat systemen maakt voor het testen van vliegtuigen en waar ik zestien jaar met plezier heb gewerkt, deed ik een uitgebreide cursus om mensen in mijn team goed te coachen. Als onderdeel van de cursus moest je visualiseren hoe je ideale werkomgeving eruit zag. Ik bedacht een uitdagende omgeving met jonge mensen en startende bedrijfjes, waar ik dan als een soort conciërge tussendoor liep. Het grappige is dat ik nu als programmamanager toegepast onderzoek op precies zo’n plek werk.
Tussen de vliegtuigen in onze werkplaats staat ook een enkele scooter. Daarvan is de kuip door studenten gemaakt uit composietmateriaal, een specialiteit van dit lab. Die oude Volvo daar hebben we volledig gestript om er een elektrische auto van te maken. De grap is dat er veel raakvlakken zijn tussen elektrische voertuigen en vliegtuigen; de elektronica is vaak vergelijkbaar en geeft dezelfde uitdagingen.
Een van de projecten die ik leid, is Dragonfly, Daarin bouwen we een klein tweepersoons vliegtuig dat normaal op fossiele brandstof vliegt, om voor elektrische aandrijving. Toen ik hier begon te werken, waren we helemaal niet zoveel met duurzaam vliegen bezig. De ommekeer kwam in 2019 toen ik met collega’s de Paris Air Show bezocht. Daar presenteerde een bedrijf het prototype van een volledig elektrisch toestel voor negen passagiers. Dat heeft me echt de ogen geopend. Toen besloten we bij Inholland dat wij ook iets met elektrisch vliegen moesten gaan doen.

Vroeger bouwde ik fanatiek met Lego, nu doe ik vergelijkbare dingen, maar dan elektrische vliegtuigen en zo
Met onze omgebouwde Dragonfly, waaraan ook veel studenten hebben bijgedragen, hebben we inmiddels uitgebreide taxi-tests gedaan op vliegveld Teuge. Volgens de oorspronkelijke planning had het toestel al lang moeten vliegen, maar we wachten nog op de laatste aanpassingen aan de elektrische aandrijflijn en op goedkeuring om ermee te mogen vliegen. Het laat wel goed zien dat we pionieren met duurzaam vliegen en dat gaat lang niet altijd zo snel als we zouden willen.
Dat geldt trouwens voor de hele sector in Nederland: de technologie voor duurzaam vliegen is grotendeels beschikbaar, maar het zijn vaak andere zaken die de boel vertragen. Certificering die lang duurt, economische wetten en gevestigde belangen. Dat is de fase waarin we zitten, door die zure appel moeten we nu heen bijten. Sinds kort is in onze sector ook veel aandacht voor defensietoepassingen, zoals drones. Daar moeten we ook wat mee, dat begrijp ik. Maar ik hoop dat het niet doorslaat en dat daardoor de verduurzaming van de luchtvaart te veel stilvalt.
Vroeger bouwde ik fanatiek met Lego, nu doe ik vergelijkbare dingen, maar dan elektrische vliegtuigen en zo. Als Groninger koos ik ooit specifiek voor de studie vliegtuigbouwkunde in Haarlem omdat ik enthousiast werd van tv-series als Knight Rider en Airwolf, over een helikopterpiloot die geheime missies uitvoert. Ik had geen idee wat ik ermee wilde worden, maar vond vliegende machines gewoon gaaf. En ik wist dat ik dingen bouwen leuk vind, vooral als het samen met anderen is.’
Portret: Bianca Sistermans







