Witteveen+Bos ontwikkelde een systeem dat PFAS niet alleen uit water verwijdert, maar de schadelijke stoffen daarna ook vrijwel volledig afbreekt.

Pfas (per- en polyfluoralkylstoffen) bevatten extreem sterke koolstof-fluorverbindingen en breken daardoor nauwelijks af. Hierdoor zijn ze goed bruikbaar in allerlei producten, maar hopen ze zich ook op in het water, de bodem en organismen.

Voor waterbeheerders is niet alleen het verwijderen van pfas een uitdaging, maar ook het vervolgens vernietigen ervan. Ingenieursbureau Witteveen+Bos ontwikkelde, in opdracht van kenniscentrum voor waterbeheerders STOWA, een systeem dat beide kan.

Van opname tot afbraak 

Voor het verwijderen van pfas maakt het systeem gebruik van Dexsorb, een soort ‘pfas-spons’ van biobased materiaal. Nadat de pfas selectief door Dexsorb uit het afvalwater zijn opgenomen, worden ze elders met een organisch oplosmiddel weer verwijderd. Dexsorb kan daarna opnieuw worden gebruikt. De destructie van de pfas in de reststroom gebeurt met een ‘planetaire kogelmolen’ oftewel een ball mill. Dat is een soort centrifuge vol stalen kogels, met een toegevoegde chemische stof. In die kogelmolen worden de (geconcentreerde en gedroogde) pfas door een combinatie van mechanische en chemische krachten verpulverd: de koolstof-fluorverbindingen worden verbroken en de moleculen vallen uiteen tot hun onschadelijke bouwstenen.

In een pilotinstallatie bij rioolwaterzuivering Dordrecht bleek Dexsorb goed te werken, met een pfas-verwijdering tot 99 procent. De kogelmolen leverde in het lab bij een praktijkmonster uit de waterketen een pfas-reductie op van 98 procent.

Samen leveren deze technieken een praktisch toepasbare route op voor de aanpak van pfas in de waterketen, voor schoner oppervlaktewater en een veiligere leefomgeving.