
‘Onze data, onze waarden, onze keuze’
De Rijksuniversiteit Groningen wil in 2030 onafhankelijk zijn van de grote Amerikaanse techbedrijven. Dat is een uitdagende ambitie, beseft Nolda Tipping-Griffioen, chief information officer en algemeen directeur van het Centrum voor Informatietechnologie van deze universiteit. ‘Het wordt geen gemakkelijke rit.’
Net als veel bedrijven en particulieren zijn ook de Nederlandse universiteiten sterk afhankelijk van diensten van Big Tech zoals Microsoft en Google. Dat moet en kan anders, vinden steeds meer universiteitsmedewerkers. Bij de Rijksuniversiteit Groningen staat Nolda Tipping-Griffioen aan het roer van de universitaire IT-organisatie. Zij pakte de handschoen op.
Was er een specifieke aanleiding voor het plan om de universiteit los te maken van Amerikaanse techbedrijven?
‘Er waren meerdere aanleidingen. In april 2025 vroegen stafleden en wetenschappers van verschillende universiteiten, waaronder de Rijksuniversiteit Groningen, om een actieplan voor minder afhankelijkheid van Big Tech. Zij wilden dat we beter gingen nadenken over de invloed van Big Tech op het onderwijs, het onderzoek en de academische vrijheid.
Kort daarvoor had ik een vragenlijst gezien van DOGE, het afgelopen november opgeheven Amerikaanse Department of Government Efficiency, geleid door Elon Musk. Die lijst ging naar Nederlandse wetenschappers die samenwerken met Amerikaanse universiteiten en bevatte vragen als “Kunt u garanderen dat uw onderzoek niet bijdraagt aan klimaatactivisme?” en “Kunt u vrouwen op uw universiteit beschermen tegen feminisme?” Dat maakte me boos. Het is ongewenste bemoeienis met onderzoek.
In mei kwam daar nog eens bovenop dat Microsoft op verzoek van president Trump het e-mailaccount afsloot van Karim Khan, de Britse hoofdaanklager bij het Internationaal Strafhof in Den Haag, omdat die een arrestatiebevel had uitgevaardigd tegen de Israëlische premier Netanyahu.
Dat alles deed me realiseren: we zitten in de klem, de Amerikaanse invloed is nu al overal. Het is belangrijk dat wetenschappers zich kunnen uiten zonder het risico dat vanuit de Verenigde Staten wordt besloten dat hun Googleaccount wordt afgesloten of Microsoftlicenties worden teruggetrokken.’
Is het haalbaar om al in 2030 onafhankelijk te zijn van Amerikaanse techbedrijven?
‘We hebben een notitie opgesteld met een statement voor het College van Bestuur. Daarin staat dat wij als universiteit in 2030 in de positie willen zijn dat we kunnen kiezen met wie we samenwerken, op basis van gedeelde waarden. Dat betekent niet automatisch dat we in 2030 helemaal geen Amerikaanse technologie meer gebruiken. Het is ontzettend moeilijk daarvan los te komen. Maar het moet dan een bewuste keuze zijn en geen besluit gebaseerd op het gegeven dat we er nu eenmaal aan vastzitten.
Natuurlijk is het ambitieus dit in vijf jaar te willen bereiken. Maar als je het eindpunt verder weg legt, komen mensen niet in actie. Nu wel.’
Wat is er al gedaan?
‘Aan de Rijksuniversiteit Groningen ontstonden vrijwel meteen allerlei initiatieven. Zodra er duidelijke steun was van het College van Bestuur, kwamen wetenschappers en andere stafleden met ideeën. Deze coalition of the willing ging uitzoeken hoe we dit mogelijk kunnen maken en kleine pilots draaien om dingen uit te proberen.
Ik ben er echt trots op, dat op deze universiteit niet werd gewacht tot er topdown een programma zou starten of een enorme kerstboom van governance werd opgetuigd, maar dat er juist op de werkvloer van alles in beweging kwam.
Het College van Bestuur heeft, op basis van onze notitie, de betrokken afdelingen opdracht gegeven om een roadmap te maken, een stappenplan. Dat heb ik opgepakt, samen met een paar anderen die het document hadden geschreven.
Inmiddels hebben we een fase bereikt waarin meer regie en sturing nodig zijn, om plannen te formaliseren en geld vrij te maken. Maar als we met die bestuurlijke kant waren begonnen, was het veel lastiger geweest de energie vast te houden.’
Wat voor mensen zitten in die coalition of the willing?
‘Dat is heel breed, het gaat van technisch personeel tot mensen uit de geesteswetenschappen. En dat is niet alleen leuk, het is ook keihard nodig.
Er zit een filosoof bij, die erop toeziet dat we bewust blijven nadenken over wat onze waarden zijn, er zijn mensen vanuit rechten bezig met privacyvraagstukken, er zijn bèta’s bezig met de techniek. Het is een gemeenschap waar ideeën worden uitgewisseld.
Binnen mijn IT-afdeling hebben we al heel lang een Linux-werkplek, wat daar gebeurt is allemaal open source. De mensen die daar werken voelen zich nu eindelijk gehoord. Die roepen al veel langer dat het we te afhankelijk zijn van Big Tech, terwijl dat helemaal niet nodig is.’
Nolda Tipping-Griffioen
- 1999: master industrial engineering, TU Delft
- 2001 – 2002: werkt als programmadirecteur bij Medair aan projecten voor schoon water in Oeganda
- 2002 – 2020: diverse functies bij Shell
- 2020 – 2024: directeur ICT bij DUO van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, lid SER-topvrouwen
- 2024 – heden: cio en algemeen directeur van het Centrum voor Informatietechnologie van de Rijksuniversiteit Groningen
Bestaan er in Nederland of Europa al technieken die Google en Microsoft kunnen vervangen?
‘Er zijn nog geen alternatieven die net zo handig en goed geïntegreerd zijn als de systemen van Microsoft en Google, maar ik denk dat we daar wel op uit kunnen komen. In Duitsland en Frankrijk zijn al universiteiten die helemaal geen Microsoft en Google gebruiken, al leveren ze daarvoor enigszins in op functionaliteit. Als er genoeg urgentie is, zal de ontwikkeling heel snel gaan. Ik ben daarover voorzichtig optimistisch, want het leeft, ook op nationaal en Europees niveau. Onafhankelijk worden van Big Tech is zelfs een doelstelling in het coalitieakkoord.
De urgentie die wordt gevoeld, kan tot een stroomversnelling leiden – net zoals dat tijdens de coronapandemie gebeurde met hybride werken. Tot die tijd vind ik het een morele plicht van een universiteit om hierin te pionieren. Ik ben wel een beetje een idealist.’
Zijn er ook mensen die juist helemaal niet enthousiast zijn?
‘O, ja. We verwachten financieel zwaar weer, op alle universiteiten, en het ontwikkelen van autonome systemen kost geld. Sommige mensen vragen zich daarom af of dit wel het goede moment is om hieraan te beginnen. Anderen zijn bang dat een overgang naar autonome systemen hun onderzoek vertraagt. En er zijn sceptici, die zeggen: dit is al zo vaak geprobeerd, waarom zou het dit keer wel lukken? Dat heb je altijd. En ze hebben een punt hoor, het wordt geen gemakkelijke rit. Maar toch denk ik dat we eraan moeten beginnen.’
Is het niet makkelijker dit samen te doen met andere universiteiten?
‘Absoluut, en dat doen we dus ook. Meerdere universiteiten zijn hiermee bezig, en we delen veel onderling. Sommige universiteiten kijken nog even de kat uit de boom, mede wegens de slechte financiële vooruitzichten, andere lopen juist heel hard – zoals de universiteiten van Utrecht, Nijmegen en Wageningen.
Er gebeurt veel binnen het samenwerkingsverband Universiteiten van Nederland. Onze rector Jacquelien Scherpen is daarbij op dit onderwerp kartrekker namens alle rectoren. Wat ik heel graag zou willen, is dat we gezamenlijk alternatieven gaan ontwikkelen, waar we allemaal profijt van hebben, binnen Nederland of op Europees niveau.’
Ziet u ook een rol voor commerciële bedrijven?
‘Ja, als we echt stappen willen maken, moeten we dit samen doen met het berdijfsleven. Zelf zit ik in een samenwerking gelinkt aan SURF, de IT-coöperatie van het Nederlandse onderwijs en onderzoek. Ook daar gaat het vaak over onafhankelijker worden van Big Tech. Momenteel doet SURF een pilot met het samenwerkingsplatform Nextcloud, een mogelijk alternatief voor Google en Microsoft.
Voor nieuwe aanbestedingen is kiezen voor alternatieven makkelijker. Zo hebben wij als universiteit besloten onze AI-licenties niet af te nemen van het Amerikaanse ChatGPT, maar van het Europese Mistral Le Chat. Daar hebben we beter zicht op waar onze data heen gaan en omdat het een kleiner bedrijf is hebben we ook meer invloed.’
Hoe ver is het proces nu gevorderd?
‘We zitten in de fase dat we gericht moeten gaan kijken naar wat het voornemen gaat betekenen voor de software, de organisatie en de financiën. Dat gaat spannend worden, want na het enthousiasme van het begin komen straks de concrete stappen en moeilijke keuzen. Vroeg of laat gaat het ergens zeer doen.
Veranderen vinden mensen lastig, dat geeft weerstand. En geld kun je maar één keer uitgeven, dus er moeten keuzen worden gemaakt. Nu is het allemaal nog tamelijk vrijblijvend, en doen we hele kleine pilots waar je het geld altijd wel voor vindt. Het wordt dus ingewikkeld. En ik heb er enorm veel zin in.’
Openingsbeeld: Mariska de Groot






