Waar is onze gedeelde visie op de toekomst?


Als Nederlanders ontwierpen we ons eigen land. Het is de hoogste tijd dat we dat nog eens doen, schrijft Dina El Filali, ingenieur, ondernemer, docent en spoken word-kunstenaar.

TEKST: DINA EL FILALI

God schiep de aarde, maar Nederlanders schiepen hun eigen land. Na de Watersnoodramp van 1953 stonden we voor de keuze. Hoe beschermen we onszelf tegen de zee, en tegelijkertijd: welk land willen we zijn? We besloten toen over generaties heen te kijken en vonden verbinding in een gemeenschappelijke uitdaging. Naar het resultaat daarvan, van de Deltawerken en de Afsluitdijk tot een geheel nieuwe, aan het water ontstolen provincie, kijkt de wereld nog altijd met bewondering.

Met trots noem ik me daarom Nederlands ingenieur. Trots om wat we hebben gebouwd en nog meer om de mentaliteit erachter. Het vermogen om grote uitdagingen onder ogen te zien, om verantwoordelijkheid te nemen voor een toekomst die verder reikt dan onze eigen levens.

Water als levensles

Ik groeide op in multicultureel Amsterdam, waar mijn Marokkaanse roots en mijn Nederlandse identiteit prima samengingen. Misschien ben ik daardoor ook anders naar systemen gaan kijken. Het was opgroeien tussen haringhappen en Turkse pizza’s, met ‘Aicha’ van Khaled en Outlandish als soundtrack. Eenzelfde diversiteit maakt de natuur, maar ook teams en organisaties veerkrachtig. Verschillende perspectieven, andere ervaringen, nieuwe manieren om naar dezelfde werkelijkheid te kijken. Diversiteit is daarmee één van de grootste bronnen van veerkracht die Nederland bezit. Een bron die we vanuit mijn perspectief als systems engineer nog veel te weinig benutten.

Maar er was nog iets anders. Mijn fascinatie voor systemen en techniek bracht me in Wageningen. Daar leerde ik een ander Nederland kennen. Het Nederland van de rivierdelta, van boeren en landschappen. Het Nederland van ingenieurs, mensen die begrijpen dat leven in een complex systeem vraagt om ruimte geven, meebewegen Ă©n richting geven. Daar leerde ik misschien wel de belangrijkste les van allemaal. Waterveiligheid gaat niet alleen over je rug recht houden, hogere dijken bouwen en controle. Soms vraagt een systeem juist iets anders. Soms vraagt het erom ‘de rivier de ruimte te geven’.

Open voor verandering

Het grappige is dat mijn Marokkaanse oma mij deze les ooit ook al had geleerd. Zij zette altijd een extra theeglas op tafel. Nee, er werd niet per se iemand verwacht, maar er zou toch iemand spontaan kunnen verschijnen? Pas later begreep ik wat daarachter zat. Veerkracht creëer je door ruimte te laten voor het onverwachte: een gast, een verandering, een onzekere toekomst.

Geldt dat ook voor een samenleving? De afgelopen jaren zie ik een andere dreiging ontstaan. Langzaam verdwijnt een van de eigenschappen die Nederland juist sterk maakte. Ik doel op de bereidheid om te veranderen, samen te werken en verder te kijken dan de volgende verkiezingen. Nederland werd niet groot door angst voor het vreemde, maar door open te staan voor nieuwe ideeën, handel en innovatie. Zeker, onze geschiedenis is niet vrij van donkere schaduwzijden. Maar juist het vermogen om daarop terug te komen, om te erkennen dat systemen vaak vooral werken voor wie er het meeste baat bij heeft en daarvan te leren, maakt een samenleving veerkrachtig.

Symptomen van hetzelfde probleem

Daarom doet het me pijn te zien hoe we steeds vaker tegenover elkaar komen te staan. Stad tegenover platteland. Nieuwkomer tegenover gevestigde Nederlander. Boer tegenover natuur. Burger tegenover overheid. Alsof het probleem altijd bij de ander ligt. Terwijl we uiteindelijk afhankelijk zijn van hetzelfde systeem.

Ik zie het in de manier waarop we omgaan met de natuur, in de netcongestie waarvan we al decennia weten dat die eraan kwam, de stikstofcrisis en (misschien wel het pijnlijkst) het afnemende vertrouwen in onze democratische rechtsstaat.

Steeds vaker doen we alsof het allemaal losse problemen zijn die niets met elkaar te maken hebben – en die een ander maar moet oplossen. Wanneer stellen we onszelf de vraag: welke toekomst willen we eigenlijk bouwen en welke rol wil ik daarin vervullen? Wat vraagt het van mij? Van de keuzes die ik maak? Van mijn ego, van mijn aannamen, van mijn gedachten en vooroordelen over de ander, over het systeem waarvan ik onderdeel uitmaak?

Het ontbreken van een gedeelde visie

En ik snap ook waarom dat zo moeilijk is. Wij bouwden dijken omdat we het water zagen komen. We wisten wat er op het spel stond. We beschermen wat zichtbaar is, maar vergeten dat juist het onzichtbare onze samenleving draagt. De democratische rechtsstaat, het internationale recht dat samenwerking en handel mogelijk maakt, de vrijheden die daaruit voortkomen. Het vertrouwen dat we, met onze verschillen, met elkaar een samenleving kunnen vormen. Intussen rusten onze comfortabele levens in het Westen voor een groot deel juist op die kwetsbare, onzichtbare infrastructuur.

Want boven alle grote maatschappelijke opgaven van dit moment hangt nog een andere vraag: hoe geven we opnieuw richting aan het verhaal dat ons verbindt? Zo’n verhaal voor de langere termijn, voorbij de eerstvolgende verkiezingen, ontbreekt. Terwijl de uitdagingen van deze tijd vragen om leiderschap met lef en verantwoordelijkheid, een verhaal waar we ons allemaal in kunnen vinden.

Onderstroom van hoop

Ondanks alles zie ik sporen van die mooie toekomst. In buurten waarin buurtvaders opstaan voor jongeren. In energiecoöperaties die ik met veel liefde heb mogen begeleiden. In mensen en organisaties die opstaan wanneer zij zien dat iets niet langer werkt zoals het is bedoeld. Mensen die verantwoordelijkheid nemen en verbinding creëren, ook wanneer niemand dat van hen vraagt, en die soms de overheid herinneren aan de wetten en waarden waarop onze samenleving is gebouwd.

Daar zie ik dezelfde geest terug die ooit een delta wist te temmen, vanuit een gedeeld geloof dat de toekomst iets is wat we samen bouwen. Want op dat vlak kunnen we nog wel leren. Een samenleving ontstaat niet zozeer door beleid, maar doordat mensen deelnemen, zich realiseren dat zij zelf onderdeel zijn van het systeem dat zij willen veranderen. Verandering begint bij onszelf: door iets nieuws te bouwen, door bewust ruimte te creëren of door het bestaande te helpen herinneren aan waarvoor het ooit is ontworpen.

Lief Nederland, vandaag staan we opnieuw voor grote uitdagingen. Het is tijd dat wij opnieuw leren ons land, en daarmee onze samenleving, vorm te geven. Een land dat zichzelf al eens ontwierp, kan dat zeker opnieuw doen.