
Heeft Europese innovatie een imagoprobleem?
Vier experts delen hun inzichten in de technisch-maatschappelijke actualiteit. Deze maand: Rudy van Belkom.
Bij de ontwikkeling van nieuwe technologieën lijkt de mondiale strijd zich vooral af te spelen tussen de Verenigde Staten en China. Europa wordt hierin meer gezien als een soort scheidsrechter, die vanaf de zijlijn probeert bij te sturen. Toch zijn er talrijke baanbrekende innovaties van Europese bodem. Wat te denken van de mobiele telefoons van het Finse Nokia, de vroege elektrische auto’s van het Franse Peugeot of de automatische versnellingsbak van onze eigen DAF? Naast baanbrekende techniek hebben deze drie nog iets met elkaar gemeen: een vroegtijdige dood.
2026 gaat mogelijk het tij keren. Het Nederlandse PAL-V lanceert de eerste gecertificeerde vliegende auto ter wereld. De belangrijkste propositie? In plaats van drie voertuigen, is er nog maar één voertuig nodig om te vliegen. Dit rit van en naar de luchthaven kan immers worden afgelegd met het voertuig waarmee je vliegt. Het geheel vereist natuurlijk wel een vliegbrevet en de nodige vlieguren. Plus een behoorlijk vermogen: het eerste model gaat zo’n 299.000 euro kosten.
Maar goed, wel heel bijzonder natuurlijk dat zo’n unieke uitvinding uit Nederland komt. Innoveren kunnen we wel. Er een commercieel succes van maken blijkt veel moeilijker te zijn, analyseerde Peter de Waard recent in de Volkskrant: ‘Niet gebrekkige innovatie, zoals Mario Draghi en Peter Wennink stelden, is de grootste Europese kwaal, maar gebrekkige marketing.’
Meer dan een marketingvraag
Ik vraag me af of het in het geval van de vliegende auto om marketing zal gaan. Er zijn veel meer voorwaarden voor het slagen van zo’n innovatie. Allereerst moet internationale wet en regelgeving het gebruik van een vliegende auto en het bijbehorende ecosysteem toestaan. Dat is op dit moment niet het geval. Een vliegende auto klinkt spannend en lijkt ideaal om eenvoudig files te vermijden of tolwegen over te slaan. Maar er is nog steeds een erkende luchthaven nodig om te kunnen vertrekken en landen.
Volgens de Wet luchtvaart is het verboden met een luchtvaartuig buiten een luchthaven op te stijgen of te landen. Wil je dat toch doen, dan moet je bij de provincie een TUG-ontheffing (Tijdelijk en Uitzonderlijk Gebruik) aanvragen. Deze ontheffing is dus niet bedoeld voor permanent privégebruik, maar voor tijdelijke gebeurtenissen, zoals een evenement. Zelfs als je een enorme lap grond bezit, kun je niet zomaar opstijgen en landen.
De maatschappelijke randvoorwaarden van innovatie
Dan zijn er nog de belangen van de bestaande industrie. Het lijkt alsof de vliegende auto een eigen speelveld creëert, maar het concurreert alsnog in bestaande markten. PAL-V is zowel een uitdager in de autobranche als in de vliegindustrie. Deze dubbele classificatie speelt ook juridisch mee en maakt het lastig voor de consument. Je hebt namelijk een rijbewijs én een vliegbrevet nodig. Dit betekent dat er in het ecosysteem ook speciale vliegscholen moeten worden opgenomen, om vlieguren te kunnen maken in een vliegende auto. Dit alles maakt de innovatie niet alleen heel erg kostbaar, maar ook tijdrovend.
Ik schreef zelf jaren geleden een masterscriptie over de voorwaarden die doorslaggevend zijn bij de acceptatie van radicale technologische innovaties. Vertrouwen blijkt de belangrijkste factor te zijn. Net als bij de zelfrijdende auto. Ook al is het technologisch mogelijk, betekent dit nog niet dat mensen het ook daadwerkelijk aandurven. Natuurlijk valt daar wel wat slimme marketing tegenaan te gooien, maar vertrouwen komt te voet en gaat te paard.
Het is niet de eerste keer dat de toekomst lijkt te worden ingehaald door de realiteit. Maar we focussen ons te veel op de technologie en vergeten daardoor de maatschappelijke context mee te wegen. Zo voorspelde men in de jaren vijftig al mobiele telefoons, maar kon men zich destijds gehuwde vrouwen op de werkvloer niet voorstellen. Niet marketing, maar verbeeldingskracht is het probleem.
Rudy van Belkom is directeur van Stichting Toekomstbeeld der Techniek.






