
Een Nederlandse cloud: het kan wél!
Een overstap maken van Amerikaanse clouddiensten naar een volledig Nederlands data-opslagsysteem is niet makkelijk, maar wel mogelijk. Dat stelde een groep Nederlandse cloudaanbieders die afgelopen maandag op bezoek was in de Tweede Kamer.
De voorlichtingsbijeenkomst was een initiatief van Tweede Kamerlid Barbara Kathmann (GL-PvdA), schrijft de NOS. Zo’n 80 procent van de diensten die Amerikaanse bedrijven nu leveren op gebied van dataopslag, software of email-systemen kunnen Nederlandse providers ook aanbieden, stellen de providers.
Te afhankelijk
Data die voor meerdere personen of bedrijven beschikbaar moeten zijn, of simpelweg te groot zijn voor harde schijven of usb-sticks, worden meestal opgeslagen in ‘de cloud’. Hoewel dat klinkt alsof de informatie vrij door de lucht zweeft, betekent dit dat het in een of meerdere datacenters is opgeslagen.
Dit wordt vaak gedaan door Amerikaanse bedrijven, die dus ook onder Amerikaanse wetgeving vallen – zelfs als het betreffende datacenter in Nederland staat. Deze wetgeving bevat onder meer de CLOUD act, waarin staat dat de bedrijven verplicht zijn om desgevraagd gegevens te verstrekken, en die de mogelijkheid biedt om bedrijven of landen sancties op te (laten) leggen. Zo sloot Microsoft in mei 2025 de e-mail en andere Microsoft-diensten af voor de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof, in opdracht van het Witte Huis.
Zowel in de politiek als in de samenleving leeft daarom al jaren het gevoel dat Nederland en Europa onafhankelijker zouden moeten worden van Amerika als het gaat om dergelijke ICT-diensten. Dat sluimerende gevoel is afgelopen jaar sterk toegenomen, omdat de Verenigde Staten onder president Trump niet meer als betrouwbare bondgenoot gelden.
Toch is ongeveer tweederde van de diensten die worden gebruikt door Nederlandse overheden, zorginstellingen, scholen en bedrijven gekoppeld aan minimaal één Amerikaanse clouddienst, bleek uit onderzoek van de NOS van 16.500 domeinnamen.
Aanleiding
De directe aanleiding om de informatiebijeenkomst in Den Haag juist nu te houden – eerder dan oorspronkelijk gepland - was de overname van het Nederlandse softwarebedrijf Solvinity, dat clouddiensten levert voor onder andere DigiD, door het Amerikaanse bedrijf Kyndryl. Hierdoor is digitale soevereiniteit nu een kwestie van nationale veiligheid geworden, zei Kathmann.
Wat is mogelijk?
De Europese en Nederlandse sectoren kunnen weliswaar niet alles wat de aanbieders uit de Verenigde Staten kunnen, maar voor veel toepassingen zijn er wel prima alternatieven, schreef de branchevereniging voor de Nederlandse cloud- en internetsector Dutch Cloud Community vorig jaar in een whitepaper.
Als het gaat om de diversiteit van het aanbod komen de grootste aanbieders van publieke clouddiensten in Europa, zoals de Duitse Schwarz Gruppe, niet in de buurt van Amerikaanse bedrijven zoals Microsoft of Amazon Web Services. Deze laatste bieden naast rekenkracht, opslag en AI ook mogelijkheden voor data science, Internet of Things en zelfs een kant-en-klaar 5G-netwerk of (bij Amazon) een grondstation om een netwerk van satellieten te beheren.
Maar het is belangrijk daarbij te beseffen dat 90 procent van de gebruikers van de clouds van AWS en Microsoft Azure gebruikmaakt van nog geen twintig diensten, schrijft de Dutch Cloud Community. Dit terwijl er honderden diensten worden aangeboden.
De kerndiensten die het meest worden gebruikt zijn gestandaardiseerde clouddiensten, gebaseerd op rekenkracht, opslag en hosting. En juist die zijn ook prima te vinden bij Nederlandse en Europese partijen.
Het is te verwachten dat Europese en Nederlandse providers wel even tijd nodig hebben om het Amerikaanse aanbod helemaal te kunnen evenaren. Maar dat lukt alleen als we eraan beginnen, en accepteren dat (nog) niet alles beschikbaar is, stelt de brancheverenging.
Het gat dichten
In 2024 deed KPMG in opdracht van het ministerie van Economische Zaken al een onderzoek naar dit gat tussen het aanbod van Amerikaanse en Europese aanbieders (een gap-analyse). Het dienstenaanbod kan uitgebreider, was hieruit de conclusie, maar ook betere informatievoorziening over wat er mogelijk is zou helpen om het gebruik van Europese diensten te stimuleren. Een andere belangrijke prikkel zou het aanpassen van de aanbestedingsregels kunnen zijn, om Nederlandse en Europese bedrijven een eerlijker kans te geven.
Niet alleen Kamerleden van GL-PvdA, maar ook van D66, VVD, CDA, JA21, SP en Groep Markuszower vinden dat er snel meer afstand van Amerikaanse big techbedrijven moet worden genomen.
Openingsbeeld: Depositphotos






