Ingenieursbureaus, van oudsher mannenbolwerken, zouden net zo divers moeten zijn als de samenleving die ze dienen. Maar dat gaat niet vanzelf, zegt Mark Wybenga, hr-directeur van Sweco Nederland. Dat architecten- en ingenieursadviesbureau, een van de grootste van Nederland, paste onlangs z’n traditionele verlofregels aan. ‘Dat is niet alleen rechtvaardig, maar ook slim.’

Ingenieurs zijn schaars. Hoe profileert Sweco zich als werkgever?
Mark Wybenga: ‘Ik zeg altijd dat er vijf redenen zijn om bij ons te werken. Reden één, twee en drie zijn de mooie projecten die je hier kunt doen. De vierde reden is het werken met een leuk team. En pas als vijfde reden noem ik de goede arbeidsvoorwaarden. De gemiddelde ingenieur die bij ons werkt, wil namelijk vooral impact maken, de wereld een stukje mooier achterlaten dan we haar hebben aangetroffen. De diversiteit aan projecten onderscheidt ons daarbij: het ene moment werk je aan een gebiedsontwikkeling, het volgende moment houd je je bezig met de versterking van een dijk of het aanpassen van energie-infrastructuur.’

Wie werken er bij het bedrijf?
‘Zeker niet alleen ingenieurs, maar ook ecologen, architecten, bedrijfskundigen, noem maar op. Hoewel ze zeer uiteenlopende achtergronden hebben, hebben ze ook wat gemeen. Ze delen een wetenschappelijke benadering: processen kunnen doorzien, groot kunnen denken en vervolgens stap voor stap iets realiseren. Die eigenschappen zijn door de hele markt gewild. Hoe ik onze ingenieurs zou typeren? Als specialisten die nieuwsgierigheid en creativiteit koppelen aan een goed oog voor visie en proces. Met die kerneigenschappen kun je alle ingewikkelde vraagstukken in onze samenleving te lijf.’

Is het personeelsbestand bij Sweco evenwichtig verdeeld?
‘We komen uit de traditionele hoek. Ingenieursbureaus zijn van oudsher een mannenbolwerk. Vraag je ingenieurs hoe hun klas in Delft of Enschede eruitzag, dan zal het antwoord zijn: vooral mannen. Vrouwen kon je op de vingers van één hand tellen. Zo was een van onze directeuren de enige vrouw in haar studiejaar in Eindhoven. Gelukkig verandert dat nu wel.’

Bij Sweco ook? Hoeveel procent van de medewerkers is vrouw?
‘Circa 30 procent. Nog lang niet genoeg, want we streven naar 40 procent vrouwen in het gehele bedrijf en 50 procent in het management. En dan zijn er natuurlijk ook nog diverse andere vormen van diversiteit die we nastreven.’

We proberen een inclusieve werkomgeving te creëren waarin iedereen zich thuis voelt.

Mark Wybengahr-directeur Sweco

Selecteren jullie actief op gender om dat percentage verder omhoog te krijgen?
‘Nee. Het werk dat wij doen voor onze klanten, moet worden uitgevoerd door mensen die daarvoor het best geschikt zijn. Wel doen we extra inspanningen om ervoor te zorgen dat er zo weinig mogelijk vrouwen uitstromen.’

Waar bestaan die extra inspanningen uit?
‘Het belangrijkste is dat we een inclusieve werkomgeving proberen te creĂ«ren waarin iedereen zich thuis voelt. Je kunt je misschien voorstellen hoe het is om als vrouw vol goede moed aan de slag te gaan bij een ingenieursbureau en dan op maandagochtend meteen te belanden in een kantoor vol mannen die schuine grappen zitten te vertellen. Daar ben je dan na een week wel klaar mee, dan wil je weg. We trainen onze leidinggevenden om na te denken over wat het betekent als er iemand bij hun team komt met een andere achtergrond. Dat kan een vrouw in een mannenteam zijn, maar net zo goed een anderstalige of iemand die gelovig is. Iedereen moet hierin een stap zetten.’

Zo’n cultuurverandering is lastig van bovenaf op te leggen, lijkt me.

‘Zolang iedereen bereid is om zich een beetje aan te passen, is er niets aan de hand. Het wordt pas vervelend als mensen besluiten zich niet langer te willen aanpassen. Integratie of met elkaar samenwerken stopt als je stopt met aanpassen. Als collega’s zeggen: “Ik heb me al genoeg aangepast, ik ben daar nu wel klaar mee”, dan zitten ze ernaast en spreken we ze daarop aan. Want we willen elke dag weer een stapje hoger komen op die diversiteitsladder. Onze leidinggevenden helpen daarom voortdurend om vastgeroeste patronen te doorbreken. Bijvoorbeeld door te zeggen dat sommige grappen gewoon niet meer kunnen. Of dat bepaalde andere gedragingen voortaan juist vaker worden verwacht. Zo maken we met elkaar een inclusievere werkomgeving.’

Als man bekleedt u een hr-functie, van ouds- her vaak het domein van vrouwen. Vergroot dat uw betrokkenheid bij dit onderwerp?
‘Misschien wel, ja. Ik heb mijn hele loopbaan gewerkt tussen vrouwen. Ik heb dat nooit als vervelend ervaren en voel me daarin helemaal niet miskend, maar het “anders zijn dan de rest” herken ik wel. Ik zit nog vaak in vergaderingen met alleen maar vrouwen. “Mag ik ook meedoen?”, vraag ik dan maar. Het helpt me wel een beetje om te kunnen invoelen hoe het is om als vrouw in een mannenteam terecht te komen. Maar dat is toch anders dan als anderstalige terechtkomen in een team waar alleen maar Nederlands wordt gesproken, of als vluchteling in een team waar iedereen zijn leven perfect voor elkaar heeft met huisje, boompje, beestje en het bij de koffieautomaat alleen maar gaat over luxe dingen, terwijl jezelf net uit een oorlogsomgeving komt.'

In met name de Verenigde Staten staat diversiteitsbeleid ernstig onder druk. Ook Nederlandse bedrijven die er actief zijn, halen openlijke diversiteitsverklaringen van hun website af, om geen risico te lopen. Hoe zit dat bij Sweco?
‘Ik durf te zeggen dat diversiteit in de haarvaten van ons bedrijf zit. Dat haal je er niet uit. Of je nu met mijn collega in Noorwegen, Engeland, Polen of Litouwen spreekt: iedereen vertelt ditzelfde verhaal. Sweco is van origine Zweeds. Mede dankzij een reeks overnames zijn we nu met 23.000 werknemers het grootste architecten- en ingenieursbureau van Noordwest-Europa en een van de grootste bureaus van Nederland. Dat we een divers bedrijf zijn en op een bepaalde manier naar de wereld kijken, is het fundament waarop wij zijn gebouwd. Maar voor alle duidelijkheid: we zijn er nog lang niet. Ook bij Sweco kan het voorkomen dat je een kantoor binnenloopt en daar een vrij homogene groep aantreft. Dit is een proces waar nog best wat water door de zee moet. Juist daarom moeten we dit verhaal blijven vertellen.’

Het onderscheid tussen de rechten van biologische en niet-biologische ouders vinden wij niet eerlijk

Mark Wybengahr-directeur Sweco

Sweco heeft afgelopen jaar de verlofregeling verruimd. Wat houdt dat in?
‘De Nederlandse wet koppelt verlofrechten aan biologische of juridische banden. Daarmee vinden wij de wet niet ruim genoeg. Zeker in de huidige tijd hebben we steeds vaker te maken met mensen die geen juridische of biologische band hebben met een kind of een ouder, maar wel dezelfde zorgtaken vervullen. Denk aan co-ouders, stiefouders, of regenbooggezinnen, waarbij minstens een van de ouders tot de lhbtq+-gemeenschap behoort. Dat leidde tot ongewenste situaties, waarbij de ene collega wĂ©l recht had op verlof, maar de andere niet omdat die toevallig samenwoont zonder juridische verbinding of niet de biologische ouder is. Dat onderscheid vinden wij niet eerlijk. Beide collega’s hebben een kind. Dat de wettelijke status net even anders is, doet er niet toe. Dus daarom hebben we die regeling aangepast.’

Wordt er veel gebruik van gemaakt?
‘Exacte cijfers heb ik niet, maar de reacties intern zijn positief. Die komen trouwens juist ook van mensen die persoonlijk helemaal geen baat hebben bij de regeling. Zij zeggen: “Wat fijn dat ik bij een bedrijf werk dat zo’n regeling heeft.” We voelen dat dit intrinsiek het juiste is om te doen. Tegelijk is het niet alleen rechtvaardig, maar ook slim. Want door een inclusiever bedrijf te worden, speken we ook een steeds grotere groep mensen aan. We hopen uiteindelijk ook minimaal tien statushouders per jaar aan ons te binden en meer Engelstalig te worden, zodat we ingenieurs uit Zuid-Afrika of de Mediterrane landen kunnen aantrekken.’

Waarom is dat nodig?
‘Elk stukje telt’, is ons motto. Daarmee zeggen we: elk stukje Nederland is belangrijk, van een klein park tot de inpassing van een voetbalstadion in een stad. Maar we zeggen daarmee ook: elk mens telt. Iedereen brengt zijn of haar expertise in om een project beter te maken voor de klant. Dat is waar we naartoe werken: een bedrijf dat een echte afspiegeling is van de samenleving. We zijn er immers voor die samenleving. Ben je maar op één leest geschoeid, dan lukt het niet om die samenleving te begrijpen, laat staan om er goede gebiedsontwerpen voor te maken.’

Portret: Rogier Boogaard