Nederland gaat minifabrieken voor springstof en explosieven ontwikkelen. Dat maakten kennisinstituut TNO en het Commando Materieel en IT van Defensie (COMMIT) bekend tijdens het Kooy Symposium, dat op 8 april plaatsvond in de Generaal-majoor Kootkazerne bij het Gelderse dorp Stroe, met als thema: Europese defensie van het infuus.

TNO en COMMIT presenteerden daar een plan voor compacte productie-eenheden voor ‘energetische materialen’, ondergebracht in modulaire zeecontainers. Het gaat om materialen zoals TNT (trinitrotolueen, dat vaak in bommen en granaten wordt gebruikt) , RDX (het explosief cyclotrimethyleentrinitroamine) en nitrocellulose. Hiermee willen TNO en COMMIT het nijpende munitietekort in Europa tegengaan. De energetische materialen zijn onder meer bedoeld voor raketkoppen en drones.

Afhankelijkheid

Op dit moment kunnen levertijden voor sommige van deze energetische materialen oplopen tot het jaar 2030, áls ze al leverbaar zijn, schrijft TNO in een nieuwsbericht. En dat terwijl Europa juist wil inzetten op versnelling van de productie van wapens en munitie, om het continent onafhankelijker te maken van partners als China en de Verenigde Staten –  die een stuk minder betrouwbaar zijn dan vroeger.

Een grotere onafhankelijkheid is hard nodig in deze tijd van geopolitieke spanningen en conflicten, volgens eigenlijk alle sprekers op het Kooy Symposium. Maar zonder energetische materialen is die ambitie zélf toch weer afhankelijk van externe factoren. 

Voordelen van klein

Energetische materialen zijn vaak nodig in relatief kleine volumes, die voor grote chemische producenten niet aantrekkelijk zijn om te maken. Daarnaast gelden er extreem hoge eisen aan veiligheid, kwaliteit en procesbeheersing.

Regelgeving, vergunningstrajecten en veiligheidseisen maken het opzetten of uitbreiden van klassieke productielocaties complex en tijdrovend. Die tijd is er niet, bij snel escalerende dreiging. Bovendien zijn grote, gecentraliseerde fabrieken duur, weinig flexibel en door de grotere hoeveelheid springstoffen ook minder veilig dan minifabriekjes.

De problemen zijn te ondervangen met een netwerk van modulaire minifabrieken in standaard zeecontainers. Het idee is dat deze straks volledig geautomatiseerd zijn, zodat ze zo nodig continu kunnen produceren, en dat ze mobiel zijn, zodat de productie kan plaatsvinden op de plek waar het materiaal nodig is. Zo wordt gevaarlijk transport van de explosieven vermeden. 

Eerste stap

De eerste stap is inmiddels gezet, in de vorm van een minifabriek die jaarlijks tientallen kilogrammen tot tientallen tonnen TNT moet gaan produceren. TNO is daarmee al flink op weg, samen met een aantal industriële partners. Eind 2026 hoopt dit consortium een operationeel prototype te hebben gerealiseerd. Ook werkt TNO al aan minifabrieken voor RDX en andere schaarse energetische stoffen.

‘Europa kan zich geen afhankelijkheid meer veroorloven’, zegt Commandeur Paul Flos van COMMIT. ‘Met microfabrieken zetten we de stap van kwetsbaarheid naar controle: directe toegang tot kritieke energetische materialen, waar en wanneer de veiligheidssituatie dat vraagt.’ 

Openingsbeeld: TNO