Sommige dingen stralen misschien geen hoogwaardig ingenieurswerk uit, maar getuigen wel van denken als een ingenieur. Zoals een slimme stapel broodjes.

Graag erger ik me aan de opmerkelijke manieren waarop de horeca probeert om de presentatie van versnaperingen op te leuken. Zoals laatst bij een nieuwjaarslunch, waar de broodjes op een hippe soort van blokvormige, ruwe houten torentjes lagen, allemaal op verschillende hoogte. Welke ontwerper had dat bedacht? Krijtbordje erbij met welke allergenen er in zitten, daarnaast een stapel appeltjes. Voor de sier of mocht ik er een pakken?

Zul je net zien: net voor me pakte iemand het laatste broodje eiersalade weg. Dus ik vroeg de bijbaanstudent of ze er daar meer van had.

Ze verwijderde daarop het bovenste gedeelte van de toren en wat verscheen daaronder: meer broodjes met eiersalade! De toren bleek te zijn opgebouwd uit omgekeerde houten kratjes. De broodjes lagen in feite op de onderkant van de (omgekeerde) krat en het kratje beschermde de broodjes van de laag eronder.

Hoe ga ik mezelf nu eens leren om iets langer te wachten met een oordeel?

Als de kratjes niet waren omgedraaid, dan had je je niet bij een luxe nieuwjaarslunch maar eerder in de LIDL gewaand. Daar nemen ze niet de moeite om de dingen die je wilt kopen uit de verpakking te halen en mooi neer te zetten.

Ik sta altijd direct klaar met mijn mening. Hoe ga ik mezelf nu eens leren om iets langer te wachten met een oordeel? Ik dacht stomme versiering te zien, maar deze toren vind ik wel leuk. Het is efficiënt omdat het bedienend personeel niet telkens als een plank broodjes op is, naar achter hoeft te lopen voor nieuwe. En het ziet er beter uit dan direct uit een krat je eten pakken. Iemand moet dat ooit hebben bedacht, of beter, ‘ontworpen’.

De toren is trouwens niet perfect ontworpen: de kratjes schuiven een beetje als mensen brood pakken, met schots en scheve torens als gevolg. De ingenieur in mij denkt direct: gaatje in de hoekpunten, deuveltje in de ‘bovenkant’ van de kratjes en het klikt als LEGO in elkaar. Die ‘hoe kan het beter’-gedachte vind ik veel leuker om in mijn hoofd te hebben dan de ‘dit is stom zeg’-gedachte.

Omdat we toch op een nieuwjaarslunch staan, is dat direct mijn goede voornemen voor 2026. Ik ga minder ‘dit is stom!’ denken en meer ‘hoe kan het beter?’. En daar dan weer columns over schrijven. U hoort van mij!

PS: Tevens ben ik van mening dat elektrische fietsen als brommers moeten worden gezien.

Tekst: Rolf Hut, universitair hoofddocent aan de TU Delft, maker, spreker en schrijver.
Foto: Robert Lagendijk